Onderbads: broeiende ergernissen in het zwembad

Maartje Steuten 10 sep 2026, 

Sinds enkele jaren zwem ik met groot plezier enkele dagen per week baantjes in het plaatselijke zwembad in de buurt. De motivatie van mijn lieve buurvrouw trok mij over de streep om minimaal twee keer per week klokslag acht uur in het zwembad te liggen.

Met veel waardering kijk ik naar mijn medezwemmers: fitte senioren die elke dag in alle vroegte een duik nemen, niet zelden na eerst naar het zwembad gefietst te zijn.

Het concept is simpel: er is een langzame baan, een gemiddelde baan en een snelle baan. Wat langzaam, gemiddeld of snel is, hangt af van de populatie zwemmers. Waar het meestal op neerkomt is dat beginnelingen beginnen in de langzame baan, zwemmers met wat ervaring zwemmen in de gemiddelde baan en ‘snelle’ zwemmers beschikking hebben over de snelle baan.

Maar… ondergronds, of moet ik ‘onderbads’ zeggen – broeien er heel wat ergernissen. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt – en bepaalt. Deze ongeschreven regel heeft betrekking op eenieder die eerder is begonnen met zwemmen dan jij. Wat niet meer dan logisch is wanneer je medezwemmer een slordige 30 á 40 jaar ouder is dan jij, toch? Pech voor jou. Oké, boomer…

Dominante groep

Zij hebben de afgelopen decennia de mores bepaald, wat inhoudt dat zij zelf wel bepalen wat langzaam, gemiddeld of snel is. Hetgeen betekent dat iedereen gemiddeld is: als je langer dan twee jaar zwemt, word je toegelaten tot de gemiddelde baan. Niet op basis van zwemkwalificaties, maar op basis van bekendheid met de dominante groep, die al in de middenbaan zwemt vanaf het begin. Fake it untill you make it, toch?

En in de middenbaan geldt: je mag socializen met je medezwemmers, ook als dit inhoudt dat je met tweeën of drieën naast elkaar loopt en praat. Argeloze beginnende zwemmers hebben daar maar rekening mee te houden, ook als dit betekent dat je voortdurend moet stoppen met zwemmen, andere ‘zwemmers’ moet ontwijken of wat dan ook. Dat de kantine of desnoods de langzame baan hiervoor een meer aangewezen plaats is, is natuurlijk onzin. „Wij zwemmen hier al twintig jaar, en wij bepalen wat de mores zijn.”

Na navraag bij de badjuffrouwen, de toezichthouders, wordt gesteld dat zwemmers dit beter onderling kunnen bespreken. Terwijl vele medezwemmers ditzelfde probleem ervaren en tegelijkertijd angstig als ze zijn om door enkele dominante ‘middenbaners’ op hun plaats te worden gezet.

Gefrustreerde zwemmers

Het gevolg: mijn lieve, assertieve buurvrouw wordt te kijk gezet door enkele oudgedienden en krijgt geen enkele ondersteuning van het personeel. In de langzame baan wordt significant sneller gezwommen (er wordt überhaupt gezwommen) dan in de middelste baan en de meest gefrustreerde zwemmers sluiten zich aan bij de snelle baan, waar ze voor oponthoud zorgen onder de snellere zwemmers. Iedereen ontevreden. Geen repliek van het personeel.

Waarmee ze juist de nieuwe zwemmers, die in tegenstelling tot veel van de oudgedienden een abonnement hebben, niet motiveren tot behoud van hun abonnement. Blijkbaar weegt dit niet op tegen de dwingende mening van de oudgedienden. De boomers maken de dienst uit.

Reacties