Choura qui? ‘Het boek viel in de bieb uit de handen van een meisje’

Claude Aendenboom 5 sep 2026, 

Rond mijn 18e was ik samen met mijn vriend Vinnie volop met religie, spiritualiteit en het boeddhisme bezig. We stopten met roken en drinken en lazen dagenlang de Bijbel en de Koran en mediteerden elke ochtend.

Vinnie speelde voetbal bij een grote juniorclub maar hield het op zijn 16e voor bekeken. We keuvelden vaak naar de stedelijke bibliotheek, vooral om boeken filosofie uit de rekken te nemen. We bestudeerden graag Nietzsche. Ja, die beweerde ooit: „God is dood.” Mijn maatje en ik deelden dezelfde smaak voor muziek: Lou Reed, The Phantoms, maar we genoten ook van Boudewijn de Groot. We waagden ons ook wel eens aan satanisme, we citeerden dan verzen van Charles Baudelaire uit diens dichtbundel Les fleurs du mal. We waren gek op het leven.

Tijdens een warme klamme zomernacht kon ik de slaap niet vatten door een kurkdroge mond. Ik dronk dus een kopje kamillethee en enkele minuten later was ik in dromenland. Ja, in een ver land, namelijk Algerije. Er verscheen een oude man tijdens mijn onrustige slaap. Ik stierf bijna van de dorst in een woestijn. De mysterieuze man bracht mij op zijn zwart glimmende paard tot bij een oase en stelde zich voor. Maar tegelijkertijd stak er een zandstorm op, de mans woorden vervlogen in de wind: ik ben Bijbelschr… Chou… Met een schok werd ik badend in het zweet wakker, ik had de naam niet kunnen horen, of wel? Ik telefoneerde de volgende ochtend naar Vinnie. Mijn soulmate had ook vraagtekens bij deze bizarre droom.

Boek uit haar handen

Een week later was ik alweer in de bieb en liep tegen een meisje aan. Er viel een boek uit haar handen. Ik raapte hem op en ik zag de naam van de auteur staan op de okerpurper gekleurde cover. En toen was ik er heilig van overtuigd dat dit de naam was van de man uit mijn droom. Ik vroeg of ik haar boek mocht hebben. Uiteraard niet, ze vervolgde haar weg en checkte mijn felbegeerde boek in bij de balie.

Thuis was ik de naam van de auteur alweer vergeten. Misschien had ik mij ronduit vergist. Jarenlang probeerde ik mij zijn naam te herinneren, tevergeefs.

Vinnie was intussen verhuisd naar een andere stad vanwege een vlammende ruzie tussen ons en zo kwam er een einde aan onze mooie vriendschap.

Weerzien

Maar vandaag, dertig jaar later, was ik bij de bieb alweer naar filosoofboeken aan het zoeken en botste op Vinnie. Het werd een blij weerzien. Hij was een succesvol kunstschilder geworden. Hij hield het echter bij een kort gesprek, hij moest immers de trein nemen naar Antwerpen voor een vernissage. Mijn jeugdvriend adviseerde mij nog om de filosoof Derrida te lezen. De kunstenaar schudde mij de hand, vaarwel en tot ziens.

Thuis na het middagmaal las ik een stukje van de Algerijnse filosoof Derrida en ja, bij pagina 115 stond iets geschreven wat mij omver blies. Derrida schreef hier: ‘Een bekende bijbelspecialist (1917- 2007) vertaalde het Nieuwe Testament van Johannes opnieuw in het Frans. Deze vertaler heette André Chouraqui…?! Ik riep: „Oh my god, dat is de naam van de man die tientallen jaren geleden in mijn droom was verschenen.” Ik googelde zijn naam en jawel het enigma was ontraadseld.

Die avond kleurde de horizon oranjerood vanwege een zandstorm uit de Sahara. Zo had de weerman het voorspeld.

Reacties