Arm zijn is duur: ‘Vaak aangewezen op de duurste oplossing’
‘Neem drie pakken en ontvang 25 procent korting’, staat er vrolijk op het bordje in de supermarkt. Het klinkt als een buitenkansje. Drie halen, minder betalen.
Alleen moet je daarvoor wel genoeg geld hebben om drie pakken te kunnen kopen. Wie maar genoeg heeft voor één, krijgt geen korting. Die betaalt de hoofdprijs voor het voorrecht niet genoeg geld te hebben.
Arm zijn is duur.
Dat klinkt als een tegenstelling, maar dat is het niet. Wie geld heeft, kan geld besparen. Wie weinig heeft, is vaak aangewezen op de duurste oplossing. Je betaalt per maand omdat je het jaarbedrag niet in één keer kunt ophoesten. Je koopt één verpakking terwijl de voordeelverpakking per stuk goedkoper is. Je stelt de tandarts uit omdat de rekening deze maand niet past en ontdekt later dat een klein probleem een dure behandeling is geworden.
Wie een buffer heeft, kan vooruitdenken. Wie geen buffer heeft, moet vandaag oplossen.
Schaal met geldzorgen
We zijn dol op het woord ‘keuzes’. Alsof iedereen ’s morgens wakker wordt voor hetzelfde buffet van mogelijkheden en de één kiest voor financiële zekerheid, terwijl de ander onbegrijpelijk genoeg de schaal met geldzorgen pakt. Maar weinig geld hebben verkleint je keuzes. Je kunt geen 100 euro uitgeven om volgende maand 20 euro te besparen wanneer die 100 euro er vandaag niet is. De lange termijn is een luxe wanneer dinsdag eerst betaald moet worden.
En dan is er nog iets wat nergens op een kassabon staat: de ruimte in je hoofd.
Geldgebrek woont niet alleen in je portemonnee. Het gaat mee naar bed, loopt mee door de supermarkt terwijl je automatisch bedragen optelt en rijdt mee wanneer er ineens een vreemd lampje op het dashboard brandt.
Voor iemand met voldoende geld betekent een kapotte waterkoker: ik moet een nieuwe kopen.
Voor iemand zonder buffer begint er een rekensom. Hoeveel staat er nog? Wat moet deze week nog betaald? Kan ik wachten? Als ik hier 35 euro uitgeef, waar haal ik die dan vandaan?
Voortdurend beslissingen
Het is dezelfde waterkoker. Alleen is hij voor de één een huishoudelijk apparaat en voor de ander een financiële gebeurtenis.
Geldgebrek kost aandacht. Het vraagt voortdurend om beslissingen. Welke rekening eerst, welke aankoop later, wat kan worden uitgesteld. Ondertussen beloont ons systeem degene die geld hééft met korting bij jaarlijkse betaling, voordeel bij grotere afname, rendement op spaargeld en investeringen die toekomstige kosten verlagen.
Geld maakt geld goedkoper. En gebrek aan geld maakt het duurder.
Daarom stoort de zin ‘geld maakt niet gelukkig’ me soms. Natuurlijk kun je met een goedgevulde bankrekening diep ongelukkig zijn. Liefde is niet te koop, gezondheid evenmin en verdriet trekt zich weinig aan van je saldo.
Maar geld kan wel rust kopen. Een volle koelkast zonder hoofdrekenen. Een tandartsafspraak zonder uitstel. Een onverwachte rekening die vervelend is in plaats van rampzalig. Een kapotte wasmachine die gewoon een kapotte wasmachine mag zijn.
Dat is geen geluk. Dat is bestaansruimte.
Een tekort kun je niet weg-budgetteren. En bij het volgende bordje ‘drie halen, twee betalen’ mogen we ons best afvragen voor wie die korting eigenlijk bedoeld is. Niet voor degene die hem het hardst nodig heeft. Die kan er maar één betalen.