Het proces-Breivik
De rechtszaal was stil. Alle ogen waren op Breivik gericht.
De officier van justitie stond op en zei met harde stem:
“Deze man heeft in koelen bloede 77 mensen vermoord. Honderden raakten gewond en zullen het trauma hun leven lang met zich meedragen. Ons strafrecht kent geen straf die dit kwaad kan goedmaken.”
Daarna sprak Bram M., de advocaat van Breivik:
“Mijn cliënt zegt dat hij er spijt van heeft. Hij belooft oprecht dat hij zoiets nooit meer zal doen. Kunnen we hem op enige wijze tegemoetkomen?”
De rechter dacht na en boog zich naar voren. Hij leek zowaar als twee druppels water op de officier van justitie.
“Aan een belofte hebben we niets,” zei hij. “Woorden maken het kwaad niet ongedaan.”
Opeens klaarde zijn gezicht op.
“Wacht eens even,” sprak hij. “Thuis heb ik een vrouw. Ze heet Maria. Wij hebben samen een zoon die algemeen bekend en geliefd is. Hij is altijd goed en doet nooit iets verkeerds. Echt een zoon om trots op te zijn.”
De rechter pauzeerde. Iedereen luisterde gespannen naar de woorden die zouden volgen.
“Als mijn zoon zijn straf draagt, kan Breivik vrijuit gaan,” zei de rechter. “Maar dat kan ik niet voor hem beslissen.”
Achter in de zaal stond de zoon op.
“Ik zal zijn straf dragen,” zei hij.
De rechter keek hem aan. “Je gaat wel voor de rest van je leven naar de EBI. Begrijp je dat?”
“Ja,” zei de zoon.
Een bewaker maakte Breiviks handboeien los. Een ander deed de zoon handboeien om. Breivik keek verbijsterd toe.
De rechter sloeg met de hamer.
“Het recht is voldaan,” zei hij. “De liefde heeft gesproken.”