Wanneer wordt goed beleid van de overheid contraproductief?

Jan Veenstra 9 aug 2026, 

Iedereen begrijpt waarom de overheid accijnzen verhoogt. Roken moet worden ontmoedigd, alcoholgebruik beperkt en tegelijkertijd vloeien extra inkomsten naar de schatkist. Op papier klinkt dat logisch.

Maar er is een vraag die veel te weinig wordt gesteld: wanneer slaat goed bedoeld beleid om in contraproductief beleid?

Dat omslagpunt is misschien wel een van de belangrijkste economische discussies van deze tijd.

Zolang prijsverhogingen ervoor zorgen dat mensen minder gaan roken of drinken, bereikt de overheid haar doel. Maar wat gebeurt er wanneer de prijsverschillen zo groot worden dat consumenten massaal uitwijken naar Duitsland of België? Of wanneer een illegale handel ontstaat waarin sigaretten zonder accijns worden verkocht?

Dan verandert de werkelijkheid.

Illegale markt aantrekkelijk

De overheid ontvangt minder belasting dan verwacht, bonafide ondernemers verliezen klanten en criminelen zien juist nieuwe verdienmodellen ontstaan. Hoe groter het prijsverschil, hoe aantrekkelijker de illegale markt wordt. Dat is geen politieke mening, maar een economisch mechanisme dat wereldwijd bekend is.

Vervolgens ontstaat een tweede probleem. Om die illegale handel te bestrijden zijn meer douaniers, politieagenten, FIOD-onderzoekers en controles nodig. Handhaving kost veel geld. De vraag is dan gerechtvaardigd of de extra opbrengsten van steeds hogere accijnzen nog wel opwegen tegen de maatschappelijke kosten van smokkel, fraude en handhaving.

Dat betekent niet dat accijnzen verkeerd zijn. Ze kunnen een belangrijk instrument zijn om de volksgezondheid te verbeteren. Maar elk instrument kent een grens. Ook een medicijn werkt niet beter wanneer je de dosis blijft verhogen.

Optimaal evenwicht

Juist daarom zou de politiek niet alleen moeten discussiëren over de vraag óf accijnzen omhoog moeten, maar vooral over de vraag waar het optimale evenwicht ligt. Wanneer levert een verhoging nog gezondheidswinst op, en wanneer stimuleert zij vooral ontwijking en criminaliteit?

Beleid is pas succesvol wanneer het ook in de praktijk werkt. Een maatregel die op papier prachtig oogt, maar in de werkelijkheid leidt tot meer smokkel, meer illegale handel en hogere handhavingskosten, verdient een kritische evaluatie.

Misschien is dat wel de belangrijkste vraag die Den Haag zichzelf moet durven stellen: wanneer wordt een goed idee zo ver doorgevoerd dat het zijn eigen doel voorbijschiet?

Dat is geen pleidooi vóór roken. Dat is een pleidooi voor verstandig beleid.

Reacties