Wachten, slurpende eenden en parachutisten: ‘Het grootste vermaak’
We zaten aan de waterkant met z’n allen te wachten tot het onze beurt was. Ik verbaasde me hevig over de sloot die zich achter ons bevond en waarin een groen kleed van kroos lag. Nou ja, niet over die sloot zelf.
Dat die dingen bestaan, daar ben ik me van bewust. Het ging me meer om de hoeveelheid eenden die erin zaten.
Hoewel onze aandacht daar niet op gericht diende te zijn, kon ik het niet helpen me steeds weer naar ze om te draaien.
Ons gezelschap bestond uit allerlei mensen, zo ook een hobbykok, die wat wilde munt aan de kant van deze sloot had ontdekt.
„Kijk je wel uit? Dat ik niet ineens plons hoor?”, werd hem vriendelijk gevraagd. Een redelijk verzoek. Er waren geen handdoeken bij de hand.
Openbare opnames
Het plein werd wat drukker bezocht dan anders. Dat krijg je, als je in het openbaar opnames maakt. Die camera is beroerd te verstoppen, het feit dat er eentje een tekst had om te gillen hielp ook niet mee, en dat er een paar de functie hadden om het verkeer met een scherm weg te schermen evenmin. Dat leidde tot meer fietsverkeer. Die allemaal kwamen controleren of we niet iets héél interessants aan het doen waren?
Het grootste vermaak wat voor ons daar langskwam, terwijl we daar in het wisselende zonnetje op onze beurt zaten te wachten, was een trosje parachutisten dat prachtig door de wolken kwam dalen. Met regenboogkleuren aan toe. De ene wat sneller dan de ander. Waarvan we ons afvroegen of dat de bedoeling wel was?
En die eenden achter ons bleven maar slurpen.