Trui: ‘Kwaliteitsverschil is gewoon een kapitalistische rotstreek’

Annemiek Wassenburg 31 aug 2026, 

Wat nou, trui? Er is toch nauwelijks iets simpelers dan het kopen van een trui?

Je vindt hem mooi of niet. Je koopt hem bij de winkel of bij de shop. Klaar. Maar zo simpel is het niet.

Een hele poos geleden kreeg partner een trui cadeau van een vriend die wel een veer kon wegblazen en die net zijn kast had opgeruimd. Die trui was bij nader inzien gezakt voor de schoonheidsprijs. Hij was paars gemengd met poepbruin. Eerlijk is eerlijk, er zijn truien met een mooier kleurtje. Deze kon goed dienstdoen als werkkleding bij het knippen en snoeien plus allerlei andere tuinkarweitjes. Dus werd hij dankbaar aanvaard.

Vandaag de dag is die trui nog steeds in functie. Hij heeft stormen doorstaan en vallende takken, gemene weerhaken van boze rozen plus al wat je zo aan doorns en stekels en puntige takken en insectenvlekken in een tuin kunt tegenkomen. Er zit nog geen gaatje in, alle zomen zijn perfect, nergens hangende draadjes of vallende steken. Een trui die stormen kan doorstaan en niet kapot is te krijgen. Vriend kennende moest het wel een heel dure trui zijn geweest.

Trui gekocht

Een andere trui werd gekocht bij een goedkope winkel en was dus ook goedkoop. Hij leek sprekend op die dure; hetzelfde materiaal, katoen met nylon, hetzelfde simpele model maar dan grijsblauw. Mooi en goedkoop, toe maar. Goedkope en dure truien komen allebei uit arme landen, waar slechtbetaalde arbeiders in slechte behuizing en met slechte arbeidsomstandigheden de hele dag – en die is langer dan die acht uur hier – achter de naaimachine zitten.

Het enige verschil is het dure etiketje in de dure trui. En zelfs dat komt uit een naaiatelier vol uitgebuite arbeiders. Maar er was nog meer verschil, bleek al gauw. Het gebruikte naaigaren, dat die nieuwe trui bijeen moest houden, was van slechte kwaliteit. Binnen drie weken hing het al in flarden. De boorden aan de mouwen raakten draadloos, de zoom lubberde en het halsboord van de trui was al rafelig. Rijp voor de sloop. Had je maar niet voor een kwartje op de eerste rang moeten willen zitten.

Miskoop

Maar wat kost nou een half metertje slecht naaigaren? 2 cent? En het goede: 5 cent? Inderdaad, het kwaliteitsverschil is gewoon een kapitalistische rotstreek. De goedkope trui expres zo maken dat hij al binnen de kortste keren niet meer bruikbaar is. Om 3 cent verschil in productieprijs. Terwijl die deftige trui zeker vijftien keer zo duur was als die goedkope.

Conclusie: aan goedkope spullen verdien je net zoveel als aan dure, omdat de klant er veel meer van nodig heeft. En dan maar zaniken over weggegooide spullen en de bijbehorende belasting van het milieu. Hoeveel ondergoed wordt weggegooid enkel omdat het elastiek kapot is?  Waarom wordt dat dure afwasmiddel in een klein flesje verkocht? En wat moet je met dure smeer van vijf voor de prijs van twee?

Om een lang verhaal kort te maken: die dure trui is voortaan in gebruik als zondagse kleding en die goedkope als tuinoveral. Zo kun je dus het kapitalisme te slim af wezen. Maar zelfs zo voelt het nog steeds niet lekker. Rot-centen.

Reacties