Roept u maar… oppassen! ‘Tegenwoordig heet oppassen kinderplanning’
Roept u maar! Oppassen!
Kijk, daar hebben we er weer eentje. Een woord dat vroeger heel eenvoudig was. Oppassen betekende dat opa of oma een middagje op de kleinkinderen paste, terwijl vader en moeder even weg moesten.
Een beetje gezelligheid, een koekje, een glaasje ranja en vooral: zorgen dat de kinderen heelhuids weer aan hun ouders konden worden teruggegeven.
Maar tijden veranderen. Tegenwoordig heet het kinderplanning.
En bij een kinderplanning hoort natuurlijk een planning. En bij een planning horen mensen die worden ingepland. En voor je het weet staat opa dinsdagmiddag om twee uur op het rooster.
Planner: ‘U bent opa’
Alleen heeft opa daar zelf nog niets over gehoord. Oma trouwens ook niet. Die blijkt donderdag te moeten.
„Maar ik kan donderdag helemaal niet.”
„Dat geeft niet”, zegt de planner. „U bent opa.”
Aha. Daar zit de denkfout. Opa en oma zijn geen kinderopvang. Het zijn opa en oma.
Ze hebben misschien een hond, een tuin, een afspraak bij de tandarts, een middagje vissen, een kaartclub, een vakantie gepland of gewoon helemaal niets. En dat laatste is tegenwoordig misschien nog wel het grootste probleem: niets doen lijkt verdacht.
Want als opa zegt dat hij donderdagmiddag niets te doen heeft, wordt dat in beleidsland kennelijk vertaald als: beschikbaar voor kinderopvang.
Dat is ongeveer hetzelfde als tegen iemand met een lege agenda zeggen dat hij dus best even de gemeentelijke begroting kan controleren.
Het probleem zit dan ook niet bij het oppassen.
Ouderwetse methode
Het probleem zit bij het vanzelfsprekend vinden dát er wordt opgepast. Misschien zou men bij een kinderplanning daarom eens moeten beginnen met een heel ouderwetse methode.
Gewoon vragen.
„Opa, kun je donderdag?”
„Nee.”
„Oma, kun jij vrijdag?”
„Ook niet.”
„Prima. Wanneer kunnen jullie wel?”
Kijk, dat heet communiceren. Daar hebben we tegenwoordig zelfs cursussen voor. En misschien moeten ook de ouders vooraf worden meegenomen. Niet alleen in de planning, maar gewoon als mensen van vlees en bloed met werk, verplichtingen en een eigen agenda. Want uiteindelijk is een kleinkind een geweldig excuus om af en toe op te passen.
Maar een kleinkind is geen arbeidsovereenkomst. Dus nog één keer, geheel in de stijl van vroeger: Roept u maar! Oppassen!
Ja, natuurlijk. Maar eerst even vragen, want anders wordt het geen oppassen meer. Dan wordt het: opgelegd passen. En daar past opa dan weer voor.
Het is uit het leven gegrepen…
het is uit het leven een greep.