‘Pride’: verdreven uit de ene wereld, de andere nooit werkelijk de mijne
Omringd door oorverdovende stilte staar ik naar het spierwitte plafond. Ik kijk terug op mijn leven en probeer me tegelijkertijd voor te stellen wat er nog voor me ligt. Vreemd genoeg zie ik in beide richtingen hetzelfde: een stille leegte.
Al mijn hele leven voer ik een strijd tussen mezelf accepteren zoals ik ben en geaccepteerd worden door de Almachtige. Een strijd die inmiddels zoveel van mij heeft gevraagd dat ik soms niet meer weet wie ik zou zijn zonder die voortdurende tweestrijd.
Toen ik begin 20 was, zo’n vijfentwintig jaar geleden, leek iedereen precies te weten hoe ik mijn leven moest leiden. Aan de ene kant stond de wereld waarin ik was opgegroeid. Daar werd mij verteld dat ik mij meer in mijn geloof moest verdiepen, dat ik mijn leven moest richten op Allah en de levenswijze van de profeet. Als ik dat werkelijk zou doen, zou ik uiteindelijk rust vinden.
Aan de andere kant waren er de Nederlandse homoseksuele mannen die ik ontmoette. Zij vertelden mij bijna het tegenovergestelde. Ik moest ophouden mezelf te verloochenen en mijn hart volgen. Ik moest voor mezelf durven kiezen, zelfs als dat ten koste zou gaan van mensen die mij lief waren. Want alleen als ik mezelf volledig accepteerde, zou ik vrij kunnen zijn. En als ik eenmaal vrij was, zou ik gelukkig worden.
Steeds verder verwijderd
Dus koos ik voor mijn hart.
Wat niemand mij vertelde, was wat er zou gebeuren als die keuze mij uit de ene wereld zou verdrijven, zonder dat de andere wereld ooit werkelijk de mijne zou worden.
Langzaam raakte ik steeds verder verwijderd van mijn Marokkaanse familie en vrienden. De afstand werd groter, contacten verdwenen en uiteindelijk bleef er weinig over van de wereld waarin ik was opgegroeid. Maar ook in die andere wereld vond ik niet het thuis dat mij was voorgespiegeld. De mannen die mij vertelden dat ik voor mezelf moest kiezen, gingen verder met hun eigen levens.
En ergens tussen die twee werelden bleef ik achter.
Nu, vijfentwintig jaar later, lig ik hier en staar ik naar dat spierwitte plafond. Ik praat nauwelijks met iemand. Ik ben zwaar depressief en angst en paniek bepalen een groot deel van mijn leven. De dagen gaan voorbij, maar steeds vaker voelt het alsof ik zelf stil ben blijven staan.
Idee van moeten kiezen
Soms vraag ik me af of ik destijds de verkeerde keuze heb gemaakt. Maar misschien zat het probleem niet in de keuze die ik maakte. Misschien zat het probleem in het idee dat ik überhaupt moest kiezen.
Tussen mijn geloof en mijn geaardheid. Tussen mijn familie en mijn vrijheid. Tussen Marokkaan zijn en homoseksueel zijn. Alsof die werelden niet naast elkaar mochten bestaan. Alsof ik een deel van mezelf moest achterlaten om het andere deel te mogen zijn.
Vijfentwintig jaar geleden heb ik mijn hart gevolgd, omdat mij werd verteld dat daar mijn geluk lag.
Ik heb gewacht.
Ik wacht nog steeds.