Persvrijheid? Tot de inspecteur aanbelt

Jan Veenstra 19 aug 2026, 

We kunnen in Nederland blijkbaar trots zijn op onze persvrijheid. Tenminste, zolang de journalist netjes binnen de lijntjes kleurt die ergens door een ambtenaar zijn getrokken.

Schrijf je als krant over Ozempic en vindt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dat jouw artikel te veel op reclame lijkt? Dan krijg je een boete. Niet een symbolisch tikje op de vingers, maar gewoon een financiële sanctie.

En dan gebeurt er iets wonderlijks.

De hoofdredacteuren slaan alarm. Zij voelen zich bedreigd in hun persvrijheid. Mediaminister Rianne Letschert maakt zich daar vervolgens ook zorgen over.

Maar verder doet ze niets. Want ja, de rechter moet er nog naar kijken.

Wespennest

Dat is natuurlijk het mooiste politieke antwoord dat je kunt geven wanneer je liever niet met je poten in het wespennest wilt komen: „Ik maak me zorgen, maar ik ga er niet over.”

De zorgminister doet hetzelfde kunstje. Persvrijheid is een „ongelofelijk groot goed”, zegt ze. Volksgezondheid trouwens ook. Prachtig.

Daar kunnen we het allemaal mee eens zijn. Alleen hebben we daar niet zoveel aan wanneer een overheidsinspectie journalisten financieel aan de ketting legt.

Want laten we eens omdraaien hoe dit eruitziet. Een journalist schrijft een artikel. Een ambtenaar leest het. De ambtenaar vindt dat het artikel mogelijk reclame is. Er komt een boete. De krant moet zich vervolgens maar bij de rechter gaan verdedigen.

En ondertussen denkt de journalist bij het volgende artikel misschien twee keer na.

Kan dit wel? Mag ik dit woord gebruiken? Straks vindt iemand dat dit reclame is. En dát is hoe je persvrijheid om zeep helpt.

Zelfcensuur

Daar hoeft helemaal geen censuurwet voor te komen. Je hoeft geen redactiekamer binnen te lopen en de journalist het zwijgen op te leggen. Je hoeft alleen maar voldoende regels, toezichthouders en financiële risico’s te creëren.

Zelfcensuur doet de rest.

En dan kunnen ministers ondertussen rustig blijven verklaren dat persvrijheid zo belangrijk is. Het doet mij een beetje denken aan iemand die een huis in brand ziet staan en zegt: „Wat verschrikkelijk. Ik hoop dat de brandweer straks een goede beslissing neemt.”

Nee minister, dit gaat niet alleen over een rechterlijke uitspraak over een paar boetes. Dit gaat over de vraag hoeveel ruimte journalisten nog hebben om kritisch, onafhankelijk en soms ongemakkelijk te schrijven.

En natuurlijk moet reclame voor geneesmiddelen aan regels voldoen. Daar is niets mis mee. Maar journalistiek is géén reclame. Een krant die schrijft over een medicijn, de werking ervan bespreekt of gebruikers aan het woord laat, moet niet opeens bang hoeven zijn dat een inspecteur achteraf besluit dat het reclame was.

Want zodra journalisten eerst moeten bedenken wat een ambtenaar misschien van hun verhaal gaat vinden, hebben we geen vrije pers meer. Dan hebben we een pers die toestemming probeert te voorkomen. En dat is misschien wel de gevaarlijkste vorm van censuur.

Zorgen

Niet de censuur waarbij iemand zegt: „Dit mag je niet schrijven.” Maar de censuur waarbij de journalist zelf denkt: „Laat ik het maar niet schrijven.”

Dus minister Letschert, u maakt zich zorgen?

Mooi.

Maar met zorgen alleen blijft de persvrijheid geen millimeter overeind. Persvrijheid moet je niet bewonderen vanaf de zijlijn. Je moet haar verdedigen zodra zij onder druk komt te staan.

Ook als het lastig wordt.

Juist dan.

Reacties