Overheid, dien het volk, niet de macht: ‘Burgers worden dossiers’
Gericht aan overheid, politiek en openbaar bestuur.
Waarom bestaat de overheid? Volgens moderne opvattingen: om de samenleving waarover zij zeggenschap heeft te dienen. Een eenvoudig antwoord, dat in de praktijk steeds verder uit beeld geraakt is.
Politiek – gedefinieerd als de wijze waarop in een samenleving de verschillende, vaak tegenstrijdige belangen van groepen en individuen tot hun recht komen – is geen doel op zichzelf. Het openbaar bestuur – als uitvoerder van de besluiten van politieke organen – is geen wedstrijd om invloed, prestige of de volgende verkiezingen. Het behoort er te zijn om iets veel belangrijkers te bereiken: het welzijn van de bevolking.
Een goede overheid zorgt ervoor dat mensen veilig kunnen leven, in vrede met elkaar kunnen samenleven en kansen krijgen om een voorspoedig bestaan op te bouwen. Geluk laat zich niet afdwingen, maar de overheid kan wel de voorwaarden scheppen waarin mensen zich kunnen ontwikkelen, werken, ondernemen, leren en zorgen voor elkaar.
Menselijke maat
Te vaak lijkt de aandacht uit te gaan naar systemen, procedures, coalities en politieke profilering. De menselijke maat raakt daarbij gemakkelijk uit zicht. Burgers worden dossiers. Vertrouwen maakt plaats voor wantrouwen. Regels worden belangrijker dan rechtvaardigheid.
Juist daarom is het nodig om terug te keren naar de kernvraag: voor wie werken openbaar bestuur en politiek eigenlijk?
Het antwoord kan maar er één zijn: voor de burger.
Dat vraagt om bestuurders die luisteren voordat zij besluiten nemen. Om ambtenaren die zich niet alleen afvragen of iets volgens de regels kan, maar ook of het recht doet aan de mensen voor wie die regels bedoeld zijn. En om politici die bereid zijn verder te kijken dan de volgende verkiezingen.
Macht is tijdelijk. Dienstbaarheid is blijvend.
Acceptabel toekomstperspectief
Een samenleving wordt niet beoordeeld op de hoogte van haar begroting, het aantal wetten of de omvang van haar bureaucratie. Zij wordt beoordeeld op de vraag of mensen menen in redelijkheid werkelijk een beslissende invloed op het beleid te hebben, vertrouwen te hebben in hun overheid die eenmaal genomen besluiten uitvoert en daarmee een acceptabel toekomstperspectief ervaren voor zichzelf en hun kinderen.
Wie integer leiding wil geven, begint daarom niet met de vraag: ‘Hoe behouden wij de macht?’, maar met de vraag: ‘Hoe dienen wij het volk?’
Misschien is dat wel de eenvoudigste én moeilijkste opdracht van een democratische rechtsstaat.
Wanneer wetten de burger niet langer beschermen, maar de macht dienen, wordt vreedzaam democratisch verzet een burgerplicht.