De nationale hobby is klagen bij mooi weer: ‘Glas half leeg misschien typisch Nederlands’
Er zijn van die zomers waarin je bijna vergeet hoe grijs ons land eigenlijk kan zijn. Dit lijkt er zo een te worden. De zon heeft zich dit jaar opvallend vaak laten zien en als we de vooruitzichten mogen geloven, is ze voorlopig nog niet van plan om haar koffers te pakken.
Terrassen zitten vol, fietsen krijgen weer voorrang op de auto en zelfs de buurman, die normaal alleen knikt, maakt ineens een praatje.
Opmerkelijk eigenlijk hoe het weer onze stemming bestuurt. Een beetje zon en we lachen makkelijker, zijn geduldiger in de rij en vinden het leven ineens een stuk lichter. Alsof de zon niet alleen de straten verwarmt, maar ook de mensen.
En toch… zodra de thermometer richting 30 graden kruipt, begint het bekende Nederlandse ritueel. „Wat een hitte, dit is toch niet normaal?” De ventilatoren draaien overuren, de mopperaars ook. Een paar maanden geleden verlangden we nog naar een straaltje zon en nu is het ineens te veel van het goede. Het blijft een bijzonder talent: zelfs over mooi weer weten we iets te vinden.
Blauwe lucht en regen
Misschien is dat wel typisch Nederlands. We zien het glas liever eerst halfleeg, voordat we ontdekken dat er eigenlijk heerlijk koel water in zit. Terwijl juist deze dagen ons eraan herinneren hoe kostbaar een blauwe lucht is in een land waar regen meestal de dienst uitmaakt.
Misschien moeten we stoppen met wachten op het perfecte weer. Dat bestaat namelijk niet. Geniet van de zon zolang ze er is, zoek een boom als het te warm wordt en accepteer dat een zomerbui er af en toe gewoon bij hoort.
Want het weer kunnen we niet veranderen. Onze blik erop wel. En misschien is dát wel de mooiste voorspelling van allemaal.