Lorena Wiebes’ 2e overwinning: ‘Mijn moeder vond wielrennen niet voor meisjes’
Mijn moeder had ongelijk. Zij zei vroeger dat meisjes niet moesten wielrennen. Dat was niks voor dames. Ze konden beter tennissen. Of zwemmen. Alles waarbij je na afloop nog een beetje toonbaar thuiskwam.
Als ze nu nog had geleefd, had ik haar graag een uurtje voor de televisie gezet tijdens de Tour de France Femmes. Niet om haar ongelijk te bewijzen, maar omdat ik zeker weet dat ze na tien minuten op het puntje van haar stoel had gezeten. Net als ik.
Want het gekke is: het vrouwenwielrennen heeft me opnieuw verliefd gemaakt op een sport waarvan ik dacht dat ik hem al kende.
Aanvallen en terugvechten
Bij de mannen weet je vaak al 50 kilometer voor de finish wie er gaat winnen. Dan begint het rekenen, het controleren en het wachten. Bij de vrouwen lijkt het soms alsof iemand halverwege de koers de gebruiksaanwijzing heeft weggegooid. Er wordt aangevallen. Teruggevochten. Nog een keer aangevallen. Alsof niemand heeft verteld dat je ook zuinig met je energie kunt omgaan.
En dan is daar Lorena Wiebes. Die sprint niet, die verschijnt. Alsof iemand op het laatste moment op de fastforwardknop drukt. Voor je het weet hangt er weer een Nederlandse vlag boven de finish en vraag je je af waarom je ooit dacht dat vrouwenwielrennen een alternatief was.
Misschien komt dat omdat we jarenlang verkeerd hebben gekeken. We zagen vrouwen die wielrennen. We hadden moeten kijken naar wielrenners die toevallig vrouw zijn.
Vos gewoon een held
Mijn kleinkind van 10 weet dat gelukkig al. Voor haar is Marianne Vos geen vrouwelijke held, maar gewoon een held. Punt.
En misschien is dat wel de mooiste etappe van allemaal. Niet die naar de Ventoux. Niet die in het geel. Maar die tussen twee generaties. Van een moeder die dacht dat een fiets niets voor meisjes was, naar een dochter die niet eens begrijpt waarom iemand dat ooit heeft kunnen denken.
Sommige overwinningen worden met seconden gemeten. De belangrijkste passen niet eens in een klassement.