Hoeveel kansen krijgt een mishandeld kind? ‘Het is geen meubelstuk’
Wie een kind werkelijk liefheeft, wil maar één ding: dat het veilig is. Desnoods bij iemand anders. Maar zo werkt het niet altijd.
Ik ben als kind ernstig mishandeld. Zelfs toen ik in coma raakte, kwam er geen dokter. Toen ik weer bijkwam, kreeg ik alleen te horen dat hetzelfde opnieuw zou gebeuren als ik zou klikken. Er waren mensen die mij bij mijn ouders wilden weghalen, maar dat was onbespreekbaar. Mij afstaan zou een erkenning van falen zijn geweest. En een narcistische vader faalt in zijn eigen ogen nooit. Zet daar een neurotische moeder naast die ervan overtuigd is dat zelfs een peuter haar gedachten kan lezen, en je hebt een explosieve combinatie.
Wat zelden hardop wordt uitgesproken, is dat veel ouders hun kinderen – vaak onbewust – als bezit zien.
Mijn kind. Mijn opvoeding. Mijn regels. Blijf van mijn kind af.
Niet mee bemoeien
Dat bezitsdenken blijft soms bestaan, ook wanneer een kind zichtbaar beschadigd raakt. De buurvrouw mag zich er niet mee bemoeien. De familie niet. Soms zelfs de hulpverlening niet. En wanneer een kind eindelijk zijn verhaal vertelt, krijgt het geregeld te horen dat men zulke verhalen liever niet hoort. Alsof het eigendomsrecht van ouders zwaarder weegt dan het recht van een kind op veiligheid.
De redenering is soms angstwekkend simpel: ik mag mijn kind straffen als ik dat nodig vind, dus een ander heeft zich daar niet mee te bemoeien.
Natuurlijk zullen maar weinig ouders dat zo verwoorden. Ze spreken liever over hun liefde voor een ‘moeilijk opvoedbaar’ kind en oogsten daarmee begrip en medelijden. Maar liefde die een kind bij zich houdt terwijl het elders veiliger zou zijn, verdient misschien een andere naam.
Angst. Egoïsme. Narcisme. Bezitsdrang. De behoefte om koste wat kost de façade van het gezin overeind te houden.
Eerste impuls
Een kind is geen meubelstuk dat bij een interieur hoort. Geen trofee die moet bewijzen dat iemand een goede ouder is. Een kind is een mens, met eigen rechten, gevoelens en een eigen toekomst.
Door mijn eigen ervaringen herken ik zulke kinderen soms in het dagelijks leven. Mijn eerste impuls is hen mee te nemen naar een veilige plek. Maar mededogen legt het vaak af tegen regels, procedures en ouderlijk gezag. In de praktijk lijkt het systeem ouders vaak meer kansen te geven dan kinderen directe veiligheid.
Ouders krijgen kansen. Kinderen krijgen risico’s.
Misschien moeten we ons bij ernstige kindermishandeling minder vaak afvragen hoeveel kansen ouders nog verdienen.
De enige vraag die werkelijk telt is: hoeveel kansen krijgt het kind nog?