Carola werd bij een metalconcert vergeleken met Froukje de Both

Carola Arends 13 aug 2026, 

Ik was laatst bij een obscuur metalconcert. Een avond vol donkere, harde muziek. Niet omdat ik thuis nou zo vaak obscure metal opzet, maar omdat ik vrienden heb die dat geweldig vinden. Ik vind hen leuk en lief en ik ga graag met ze mee. En ik heb ook gewoon een leuke avond.

Toch voel ik me daar soms nog een beetje een buitenstaander.

Niet omdat iemand mij dat gevoel geeft. Inmiddels zijn we bijna allemaal de 50 gepasseerd en weet ik echt wel dat je er niet op een bepaalde manier uit hoeft te zien om erbij te horen. Maar weten en voelen zijn twee verschillende dingen.

Blijkbaar zit er diep vanbinnen nog steeds een deel van mij dat op zoek is naar verbinding. Dat heel snel denkt: hoor ik hier eigenlijk wel bij?

Dat gevoel ken ik al heel lang. Mijn ouders waren emotioneel niet beschikbaar en lieten mij nooit voelen alsof ik erbij hoorde. Als kind bleef ik daardoor zoeken naar verbinding en naar het gevoel dat ik ergens bij hoorde.

Schamen

Als tiener was ik hevig verliefd op Jon Bon Jovi. Daar mocht ik alleen niet voor uitkomen. Bon Jovi was in de jaren negentig veel te soft. In de punk- en metalscene, waar ik altijd al bij wilde horen, was dat bijna iets om je voor te schamen. Dus hield ik mijn verliefdheid voor mezelf.

Tegenwoordig vertel ik dat verhaal juist graag. Vaak als het over guilty pleasures gaat. Misschien vertel ik het ook wel omdat ik op die manier, in kleine stapjes, iets van mezelf laat zien. Kwetsbaarheid als manier om verbinding te maken.

Maar terug naar die avond.

We liepen terug naar de auto. Eén vriend moest nog iets ophalen, dus bleef ik buiten staan met een andere vriend. Een doorgewinterde metalhead. Bijna twee meter lang, lang haar, baard, helemaal in het zwart.

Er kwam een man aanlopen. Hij had duidelijk wat gedronken. We keken elkaar even aan: hopelijk loopt hij door. Dat deed hij niet. Gelukkig viel het mee. Hij maakte een vriendelijk praatje, wenste ons een fijne avond en liep verder.

Een paar seconden later draaide hij zich om en riep: „Dat vind ik nou zo mooi hè. Jij Steven Seagal en jij Froukje de Both. En toch zijn jullie bij elkaar!”

Mooie vrouw

Ik voelde me oprecht beledigd.

Nog los van het feit dat hij er zomaar vanuit ging dat wij een stel waren, bleef vooral die vergelijking hangen. Froukje de Both… Tja, edgy of metal is niet het eerste wat in mij opkomt. En daar was dat oude gevoel weer: hoor ik hier wel bij?

Ik zei dat ik het eigenlijk best een belediging vond. „Maar het is toch een mooie vrouw?”, zei hij verbaasd.

Nu ik erop terugkijk, denk ik dat hij helemaal niets bedoelde met die opmerking. Hij zag gewoon een grote man met lang haar en een blonde vrouw en dacht waarschijnlijk dat hij een originele vergelijking had gemaakt. Misschien was het in zijn hoofd zelfs gewoon een compliment.

Blijkbaar zit dat oude gevoel van ‘hoor ik hier wel bij?’ nog steeds ergens verstopt. Niet meer zo groot als vroeger.

Ik probeer steeds meer te leren dat verbinding niet gaat over eruitzien alsof je erbij hoort. Misschien gaat verbinding juist over jezelf durven laten zien. Inclusief je Bon Jovi-verleden. Inclusief je onzekerheden.

En, vooruit, inclusief het feit dat een onbekende je ooit met Froukje de Both vergeleek.

Reacties