Amerika-deskundige Olav van Zijl: ‘Burgeroorlog binnen de Democratische Partij’
Binnen de Amerikaanse Democratische Partij woedt een ideologische burgeroorlog over de toekomstige koers. Het machtige gematigde establishment staat lijnrecht tegenover een opkomende progressieve vleugel.
De interne strijd gaat veel verder dan onenigheid over details: het is een fundamenteel gevecht om de identiteit, de verkiezingsstrategie en de hele bestuursfilosofie van de partij. Ik vind deze interne strijd een zwakte én een kracht. Ruziemaken in het openbaar is natuurlijk niet handig, maar het houdt de boel wel scherp en levendig.
De gematigde Democraten pleiten voor geleidelijke verandering en realistische plannen. Zij stellen dat het winnen van verkiezingen vereist dat men kiezers uit de suburbs, de partijloze independents en zelfs gematigde republikeinen aanspreekt. Hun programma richt zich op het beschermen van bestaande programma’s zoals de ziektekostenverzekeringswet, the Affordable Care Act (Obamacare), het aanpakken van de wereldwijde klimaatproblematiek door grootschalig te investeren in schone, hernieuwbare energie en het bevorderen van raciale gelijkheid. Deze pragmatici waarschuwen dat een te sterke verschuiving naar links het risico met zich meebrengt dat gematigde Amerikanen worden vervreemd en dat belangrijke swing districts verloren zullen gaan.
Compromisloze visie
Daartegenover staan de progressieve opstandelingen. Zij eisen een radicale aardverschuiving. Zij nemen geen genoegen meer met het plakken van pleisters op de diepe wonden van de huidige Amerikaanse crisissen. Tot hun belangrijkste speerpunten behoren een fatsoenlijke gezondheidszorg voor iedereen, zware belastingheffing voor de allerrijksten, de aanpak van de dakloosheidsproblematiek en het versterken van werknemersrechten. Ze geloven heilig dat de Democraten kunnen winnen als ze een bonte coalitie van jongeren, de arbeidersklasse en eerdere niet-stemmers mobiliseren met een gedurfde, compromisloze visie.
Deze discussie laait bijna elke verkiezingscyclus weer op. Het is een moeilijk dilemma en ik begrijp beide standpunten. Van nature neig ik naar de progressievelingen. Ik kom al sinds 1989 in het land, mag er sinds 2010 stemmen en sta sindsdien geregistreerd als Democraat. Ik heb het de afgelopen 35 jaar drastisch zien veranderen. In die periode is de kloof tussen arm en rijk nog verder uitgediept. Wie door een willekeurige Amerikaanse stad rijdt, wordt direct geconfronteerd met een grimmige realiteit. Je weet niet wat je ziet, de armoede is zo extreem en diepgaand dat deze onvergelijkbaar is met de situatie van de sociale minima in Nederland. Om dit soort schrijnende ongelijkheid aan te pakken, steun ik de visie van de jonge, progressieve Democraten. Wel vraag ik me af of hun idealen realistisch zijn binnen een conservatief land als de Verenigde Staten.
Obama links
Maar ik ben het ook met de gematigden eens: als je de Republikeinen wil verslaan, you will need all the help you can get! Ik was een zeer groot fan van Barack Obama, maar ik had destijds liever Bernie Sanders gezien. Ik sloot me in 2004 bij John Kerry aan, maar had liever Howard Dean gezien. Mijns inziens vertaalt ‘Obama-links’ zich in Nederland naar pakweg het conservatieve deel van het CDA.
Uiteindelijk draait het succes van de Democraten om één ding: al die ruziënde clubjes laten samenwerken als een ietwat chaotisch, maar hecht geheel. De algemene verwachting is dat de winst hen tijdens de midterms in de schoot wordt geworpen, mits de verkiezingen eerlijk verlopen. De partij dient een brede achterban te mobiliseren die zowel tegemoetkomt aan de eisen van jonge progressievelingen, zónder de gematigde kiezers in het midden gillend weg te jagen.
Olav van Zijl is een Amerikaans-Nederlandse commentator. Hij werkt vanuit Den Haag en de Verenigde Staten.