Wie Ali B nu als inspiratiebron boekt, is moreel de weg kwijt

Rik de Lavaletta 23 jul 2026, 

Ali B mag werken. Hij mag geld verdienen. Hij mag zelfs op een podium gaan staan en ondernemers vertellen hoe ze moeten doorbreken. De wet verbiedt het niet, maar ik vind het volstrekt onfatsoenlijk.

Ali B is door het gerechtshof veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor twee verkrachtingen. Hij is in cassatie, dus de uitspraak is nog niet definitief. Maar cassatie wist die veroordeling niet uit. Hij is niet vrijgesproken.

En uitgerekend deze man zou ondernemers gaan toespreken over talent, succes en doorbreken. Hij zou daar niet staan om verantwoordelijkheid te nemen. Niet om te spreken over macht, grenzen, schade of herstel. Hij zou er opnieuw staan als de bekende, succesvolle man naar wie anderen geacht worden te luisteren. Alsof die veroordeling een hinderlijk detail is. Een podium is geen gewone werkplek. Een podium geeft status, gezag en geloofwaardigheid. Wie iemand als spreker boekt, zegt: luister naar deze man. Hij heeft iets waardevols te vertellen.

Ali B erkent geen schuld

Na een veroordeling voor twee verkrachtingen vind ik dat onverteerbaar. Ja, ook een veroordeelde moet kunnen werken. Maar ergens je brood verdienen is iets anders dan jezelf opnieuw laten presenteren als voorbeeld, deskundige en inspiratiebron. Hij erkent geen schuld. Van herstel is niets zichtbaar. Toch zou Ali alweer zijn publieke status mogen inzetten alsof er alleen sprake is van reputatieschade.

Denk aan de vrouwen die verklaringen hebben afgelegd, onderzoeken hebben doorstaan en jarenlang met deze zaak hebben moeten leven. Zij zagen hoe een gerechtshof hem veroordeelde. En vervolgens zouden zij moeten aanzien hoe hij alweer applaus krijgt voor een verhaal over succes. Dit wegdrukken van wat er is gebeurd.

Ook de organisatie heeft hier een keuze gemaakt. Zij hoefde hem geen podium te geven. Zij hoefde van zijn naam geen publiek moment te maken. Zij had eenvoudig kunnen zeggen: nu niet. Dat gebeurde pas nadat de ophef ontstond.

De wet bepaalt wat mag.
Fatsoen bepaalt wat hoort.

Dit mocht.
Maar het deugde van geen kant.

Reacties