Waarom noemen wij politieagenten geen officieren?
In Amerika heet een politieman police officer. De politieacademie duurt daar gemiddeld ongeveer vijf maanden. Van alle afzonderlijke trainingsonderdelen gaat de meeste tijd naar vuurwapentraining.
In Nederland duurt de basisopleiding tot agent twee jaar.
En toch noemen wij onze politiemensen agent. Of nog erger: oom agent.
Daar begint misschien al een deel van het gezagsprobleem.
Een agent scheld je gemakkelijker verrot dan een officier. Alleen het woord schept al een andere afstand. Een officier vertegenwoordigt gezag. Een agent klinkt als iemand die iets voor een ander uitvoert.
Het vreemde is dat wij juist hoge eisen stellen aan onze politiemensen. De selectie duurt maanden. Er wordt gekeken naar verstand, lichamelijke geschiktheid, taal en betrouwbaarheid. Daarna krijgt iemand grote bevoegdheden om namens de rechtsstaat op te treden.
Waarom dan geen politieofficier?
Ziekenhuis- en bankdirecteur
Dat wij al officieren van justitie en militaire officieren hebben, lijkt mij geen bezwaar. Een directeur van een ziekenhuis wordt ook niet anders genoemd omdat er al bankdirecteuren bestaan.
Een titel doet iets met mensen. Met degene die hem draagt én met degene die tegenover hem staat.
Maar een titel verplicht ook.
Noblesse oblige.
Wie politieofficier heet, mag van mij ook als officier worden beoordeeld: zelfbeheersing, waardigheid, correct optreden en verantwoordelijkheidsgevoel.
Misschien hoeven we voor meer gezag niet altijd nieuwe wetten te bedenken.
Misschien moeten we beginnen met één woord.