Vraagt vrijheid meer dan Keti Koti?
De geschiedenis van de Siddi’s in India geeft een verrassend antwoord op de vraag: vraagt vrijheid meer dan Keti Koti?
Een jonge Siddi‑vrouw kijkt even in de camera, slaat haar ogen neer en glimlacht onzeker. Het is niet haar huidskleur die me raakt, maar haar bescheidenheid. Die deed me denken aan mensen die ik vroeger ontmoette in Amsterdam‑Zuidoost. Dat bracht me aan het denken: waarom zijn de nakomelingen van Afrikaanse slaven in Nederland maatschappelijk zoveel verder gekomen dan hun lotgenoten in India?
De Siddi’s vormen een kleine minderheid in India, naar schatting zo’n 150.000 mensen. Ze zijn afstammelingen van Afrikanen die eeuwen geleden door Arabische handelaren, Portugese kolonisten en ook door de V.O.C. naar India werden gebracht. Ze spreken Indiase talen, dragen Indiase namen en leven in vrijwel alles als andere Indiërs. Alleen hun gezichten verraden hun geschiedenis.
Wegdraaien bij belangstelling
Wat mij trof was niet hun armoede, maar hun houding. Sommigen keken weg zodra de camera draaide, alsof ze niet gewend waren dat de wereld belangstelling voor hen heeft. Ik heb zelf Siddi’s ontmoet, maar kende toen hun verhaal niet. De meesten leven nog steeds aan de rand van de samenleving. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar als groep behoren zij tot de armste bevolkingslagen van India.
Vergelijk dat eens met Nederland.
Ook hier werden mensen tot slaaf gemaakt en uitgebuit. Ook hier begon vrijheid niet met gelijke kansen. Maar wie vandaag kijkt naar de nakomelingen van Surinaamse en Antilliaanse slaven ziet een ander beeld: artsen, leraren, ondernemers, rechters, Kamerleden, burgemeesters. De weg omhoog was lang niet altijd open, maar hij bestond wél.
Hoe komt dat?
Nederlanders klagen graag over de overheid – vaak terecht. Maar de vergelijking met India laat zien wat een overheid óók kan betekenen. In de jaren vijftig zag ik Surinamers die met verlof naar Nederland kwamen: goed gekleed, een vaste baan, zichtbaar aanzien. Niemand zag hen als slachtoffers. Ze maakten deel uit van een opkomende middenklasse.
Vrijheid alleen niet genoeg
Dat was geen toeval. Na de afschaffing van de slavernij investeerde Nederland, langzaam maar gestaag, in onderwijs, gezondheidszorg, woningbouw en sociale voorzieningen. Dat proces was onvolmaakt, maar het creëerde kansen voor volgende generaties. Vrijheid alleen bleek niet genoeg. Mensen komen pas vooruit wanneer er ook toegang is tot vooruitgang.
Misschien vergeten we dat weleens. We zien vooral wat de overheid verkeerd doet en minder wat zij in anderhalve eeuw heeft mogelijk gemaakt.
De geschiedenis van de Siddi’s laat zien dat vrijheid een beginpunt is, geen eindpunt. Keti Koti viert terecht de afschaffing van de slavernij. Maar emancipatie begint pas wanneer mensen toegang krijgen tot onderwijs, gezondheidszorg, rechtszekerheid en gelijke kansen.
Als dat ook in India was gebeurd, had de jonge Siddi‑vrouw waarschijnlijk niet onzeker geglimlacht toen de aandacht even op haar viel.
Keti Koti verbreekt de ketenen. Wat daarna gebeurt, bepaalt of een bevrijd mens kan opstaan.