Tijd voor een landbouw die wél toekomst heeft, voor boeren én de natuur
Jarenlang hebben invloedrijke kringen binnen de landbouwsector noodzakelijke verduurzaming tegengewerkt. Een krachtige lobby van boerenorganisaties, veevoerbedrijven en banken, wist doortastend beleid telkens af te zwakken of uit te stellen.
Daarbij werden onterechte argumenten ingezet, zoals de bewering dat de wereld zou verhongeren zonder onze intensieve exportlandbouw, of dat nieuwe staltechnieken de milieuproblemen vanzelf zouden oplossen. Door wetenschappelijke inzichten te betwisten, angst aan te wakkeren en boeren vooral als slachtoffers neer te zetten, werd herstel van natuur en milieu steeds vooruitgeschoven.
Te veel nadruk op techniek
Landbouwminister van Essen probeert nu met zijn beleidsplannen een einde te maken aan deze jarenlange stilstand. Dat is hard nodig, gezien de voortschrijdende klimaatverandering, de aanhoudende achteruitgang van de biodiversiteit en de slechte waterkwaliteit. Zijn koers markeert een duidelijke breuk met het verleden, waarin uitstel en uitzonderingen de norm waren.
Toch ligt de nadruk nog te veel op dure technische maatregelen in stallen, terwijl bewezen duurzamere vormen van landbouw, zoals meer weidegang en biologische of andere extensieve bedrijfsvoering, onvoldoende worden gestimuleerd.
Natuur en boeren versterken
Publieke middelen zouden daarom vooral moeten worden ingezet voor maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan een beter klimaat, herstel van biodiversiteit, schoner water, meer dierenwelzijn én een gezond toekomstperspectief voor boeren. Dat vraagt om een landbouwmodel waarin een economisch gezonde bedrijfsvoering hand in hand gaat met respect voor de grenzen van natuur en milieu.
Niet maximale productie en voortdurende schaalvergroting, maar de balans tussen duurzame productiviteit, zorgvuldig beheer van natuurlijke hulpbronnen en een eerlijke beloning voor de boer moet daarbij centraal staan. Alleen met zo’n koerswijziging kan de landbouw haar maatschappelijke draagvlak behouden en bouwen aan een toekomst die zowel ecologisch als economisch verantwoord is.