De EHBO-doos van de Raad van State: ‘Kraan verder open dan dweilen kunnen bijhouden’

Jan Veenstra 20 jul 2026, 

Nederland is een bijzonder land. Als de kelder onder water staat, ontstaat er steevast een discussie over de kwaliteit van de dweil. De lekkende leiding? Die komt later wel.

Dat lijkt ook de kern van het advies van de Raad van State over de spreidingswet. De wet afschaffen is ‘ongewenst’, want dan wordt de opvang van asielzoekers ingewikkelder. Dat is ongetwijfeld waar. Maar het is ook alsof de brandweer concludeert dat het onverstandig is de emmers weg te halen, zonder zich af te vragen waarom het huis al jaren in brand staat.

De Raad van State wijst erop dat opvang en instroom twee verschillende zaken zijn. Juridisch klopt dat. Praktisch voelt het voor veel Nederlanders anders. Wie steeds meer parkeerplaatsen aanlegt, hoeft zich niet te verbazen dat mensen denken dat er ook meer auto’s worden verwacht.

Eerlijk beoordelen

Volgens de Raad is twee jaar bovendien te kort om de spreidingswet eerlijk te beoordelen. Dat klinkt redelijk. Tegelijkertijd krijgen burgers vaak al na enkele maanden te horen dat een beleidsmaatregel ‘onomkeerbaar’ is. Geduld is blijkbaar een deugd, maar vooral voor de belastingbetaler.

Ook de opmerking dat gemeenten wel vaker opdrachten van Den Haag krijgen, is formeel juist. Alleen hebben steeds meer gemeenten het gevoel dat ze niet langer bestuurd worden, maar als uitvoeringsloket dienen voor problemen die elders zijn ontstaan. Eerst de opdracht, daarna de rekening, en vervolgens de uitleg dat lokale autonomie nog steeds bestaat – op papier.

De Raad van State doet precies waarvoor zij bestaat: toetsen of wetgeving deugt binnen de bestaande rechtsorde. Daar is niets mis mee. Maar wie verwacht dat zo’n advies antwoord geeft op de politieke vraag hoeveel asielzoekers Nederland wil opvangen, zoekt op de verkeerde plek.

Democratische vraag

Dat is namelijk geen juridische vraag, maar een democratische.

En precies daarom blijft de discussie terugkomen. Niet omdat de opvang slecht georganiseerd is, maar omdat een groeiende groep Nederlanders vindt dat de kraan nog altijd verder openstaat dan de dweilen kunnen bijhouden.

Misschien is dat wel de grootste les van het hele debat. Zolang Den Haag blijft discussiëren over de grootte van de emmer, blijft de burger naar het plafond wijzen.

Reacties