Leven in Zuidoost: de supermarkt en het afgeven van een tas
Ideologieën zien er op papier vaak prachtig uit. De praktijk is meestal een stuk minder fraai.
Marx schreef dikke boeken over het proletariaat, maar voelde zich thuis in bibliotheken en salons. De geur van cognac en sigarenrook was hem vertrouwder dan de geur van arbeiders op een regenachtige vrijdagmiddag in een overvolle tram naar huis. Zijn theorie beloofde bevrijding van de arbeiders. De praktijk van het marxisme bracht in veel landen echter censuur, onderdrukking en miljoenen slachtoffers.
Nu zien we volgens mij iets soortgelijks bij het wokisme.
Ook daar klinkt de theorie mooi. Iedereen moet gelijk worden behandeld. Iedere vorm van racisme en discriminatie verdient aandacht. Onze salonwoke-premier herhaalt die boodschap graag.
Maar de praktijk ziet er anders uit.
Klachten verdwijnen
Mijn indruk is dat blanke Nederlanders die zeggen dat zij door niet-blanken zijn gediscrimineerd, zelden gehoor krijgen. Hun klachten lijken te verdwijnen in de papierversnipperaar, terwijl bij andere groepen snel wordt gereageerd. Wat niet wordt geregistreerd, is later moeilijk te bewijzen.
Onlangs liep ik de Lidl op het Bijlmerplein binnen. Nog voordat ik kon gaan winkelen, werd mij gevraagd mijn rugzakje af te geven. Ik keek om mij heen. Andere klanten liepen gewoon met een tas door de winkel. Daarom vroeg ik waarom ik mijn tas wél moest afgeven. Een duidelijk antwoord kreeg ik niet.
Ik ben vertrokken. Niet omdat ik iets te verbergen had. Shopliften vind ik beneden mijn waardigheid. Een week later probeerde ik het opnieuw. De uitkomst was precies dezelfde.
Draai de situatie nu eens om. Een zwarte klant loopt een supermarkt binnen waar uitsluitend blank personeel, blanke beveiligers en blanke klanten aanwezig zijn. Alleen hij moet zijn tas afgeven, terwijl de rest gewoon doorloopt.
Oorverdovend stil
Ik voorspel u de volgende dag: talkshows, Kamervragen, een onderzoek naar institutioneel racisme en desnoods een telefoontje midden in de nacht naar burgemeester Femke Halsema.
Maar wanneer de rollen zijn omgedraaid, blijft het vervolgens oorverdovend stil.
En precies daar wringt het. De theorie gaat over gelijke behandeling. De praktijk laat volgens mij vaak iets anders zien. Dat geldt ook voor het debat rond Keti Koti.
Onze salonwoke-premier spreekt met trots over Keti Koti en roept Nederlanders op alert te zijn op racisme en discriminatie. Minder vaak vertelt hij erbij dat veel van die activiteiten geheel of gedeeltelijk met belastinggeld worden gefinancierd.
Een premier hoort niet de premier van één groep te zijn, maar van alle Nederlanders. Gelijke behandeling is geen slogan. Het is de fundering van een vrije rechtsstaat.