Anders stemmen is gewoon hetzelfde stemmen
Het huidige stembiljet heeft zo langzamerhand de omvang van een beddenlaken. Zie dat maar eens uit te vouwen in het hokje. En probeer de goeie naam te vinden zonder bril. En het rondje daarvan rood te maken. En de boel weer op te vouwen. En weer in de stembus te doen.
Kan dat niet anders? Bijvoorbeeld met makkelijkere stembiljetten? Daar is druk op gestudeerd.
Het nieuwe kiesbriefje
Dat zou enkel een partijlijstje moeten zijn. Je markeert één partij. Er ligt ook een boekje in het stemhokje met de namen van alle kandidaten. Blader net zo lang tot je jouw favoriete partijkandidaat hebt gevonden, onthoud diens nummer en maak dat nummer-rondje rood op het stembiljet.
Als je het nummer vergeten bent moet je opnieuw in het boekje zoeken. En als je het verkeerde nummer rood maakt, moet je om een nieuw stembiljet vragen. Als je dat tweede rondje vergeet te kleuren, is je stem ongeldig. Al dat gedoe zorgt dat nog minder mensen stemmen. Enig voordeel: het stembureau is eerder klaar met stemmentellen. En dat was ook de bedoeling.
Probleem 1: chaos
Onze verkiezingen zijn gewoon een warboel en totaal onoverzichtelijk. Om te beginnen: er zijn tientallen partijen. Dat waren er net na de oorlog nog maar acht. Waarom zijn er nu zoveel? Nou: omdat ze van elk wensje een PUNT maken, dus een partij. Partijen willen alleen hun zin, maar niet het landsbelang vertegenwoordigen. Terwijl ze dat toch moeten van de Grondwet.
Lichtpuntje: partijen doen niet allemaal en overal mee met elke verkiezing. Sommige zitten alleen in de gemeenteraad van Lutjebroek. Maar een vaste groep van zo’n twintig partijen kom je bij elke tweede-kamer verkiezing tegen. Plus wat eendagsvliegjes die de kiesdeler niet halen. Dus als je daarop stemt, stem je eigenlijk op niks.
Probleem 2: spoeling dun
Maar willen partijen meer zetels vangen, dan moeten ze de kiezers wijsmaken dat ze er ook voor hen zijn. Dat fenomeen zie je bijvoorbeeld bij de VVD: de partij van de Hardwerkende Nederlander (HWN-er). Nou vindt iedereen zichzelf een HWN-er, dus krijgt die club heel veel HWN-ers binnen. Mis, poes. De VVD ‘vergat’ te zeggen dat ze alleen HWN-ers met veel centjes bedoelde.
De Pro’s zeggen hogere lonen voor de laagbetaalden na te streven, maar willen die alleen opschepen met extra indirecte belastingen die ze milieuheffingen noemen. Die tellen niet als belasting, natuurlijk. Zulke strategieën maken elke verkiezingsbelofte waardeloos. Wat valt er dan nog te kiezen?
Probleem 3: Je doet, al wil je niet
Al blijft 30 procent van alle stemgerechtigden thuis, alle zetels worden gewoon verdeeld. Nee zeggen – blanco stemmen – helpt ook niet. Want stemmers stemmen ook voor de nee-stemmers en thuisblijvers, dus alle honderdvijftig zetels worden gevuld. Ook al stemt er maar een kwart van alle kiezers. Dan is hun stem gewoon vier stemmen waard. Wie stemt op een kandidaat of een partij die niet genoeg stemmen krijgt, ziet zijn stem ergens anders heengaan. Haalt zijn kandidaat de kiesdeler wel, maar komt die partij niet in de coalitie, doet zo’n Kamerlid alleen voor spek en bonen mee in de tv-debatten. Kortom: een zooitje.
Het probleem is dus niet dat grote stembiljet, maar dat wij feitelijk niet stemmen maar in-stemmen. Met alles. Daar zal een papiertje met een boekje niks aan veranderen.