Bal in de tuin bij buurman Janssen: ‘Hondsdolle wasbeer’
Als kind was ik astmatisch. De arts adviseerde mij om zoveel mogelijk de buitenlucht op te zoeken. Wij waren net verhuisd naar een groter huis met een tuin die bestond uit een grasveld met bloemengazon.
Mijn buurjongetjes maakten mij enthousiast voor het voetballen, het was een geschenk uit de hemel voor mijn astmabestrijding. De tuin werd omgebouwd tot een voetbalparadijs waarbij De Kuip of Camp Nou verbleekten. Ik heb er wat winnende goals gemaakt en denkbeeldige Europacups gewonnen. Aan de voorkant van ons huis hadden we een klein balkonnetje, dat was voor mij het bordes aan het Museumplein of Coolsingel. Ik heb er wat naar denkbeeldige fans staan zwaaien met de prullenbak des huizes die als gewonnen Europacup dienst deed. Nee, ik ben er nooit voor behandeld en het is toch nog redelijk goed gekomen met me.
Uitstraling van wc-papier
We hadden achter ons huis ook nog een grintpleintje waar we vaak onze balkunsten botvierden, met schuurdeurtjes als doel. Niemand die erom maalde, behalve buurman Janssen, een afgekeurde verzuurde ex-bouwvakker met de uitstraling van een verkeerd opgehangen rol wc-papier en met een stemvolume als een hondsdolle wasbeer. Hij ging volledig los als de bal tegen zijn schuurdeur aankwam, dus was het voor ons topentertainment om de bal zoveel en zo hard mogelijk tegen zijn schuurdeur aan te knallen.
Gegarandeerd dat hij tot onze grote vreugde vloekend en razend naar buiten kwam en wij moesten rennen voor ons leven, om ons tien minuten later weer in de buurt van zijn schuurmonument te melden en dan begon het scenario opnieuw. Een kat- en muisspel waarbij wij meestal als overwinnaars te voorschijn kwamen.
Maar het ging ook mis! Eén van ons, misschien ikzelf wel, had de bal zo’n mispeer verkocht dat die bij Janssen in zijn tuin was beland. Nu waren wij vele malen sneller dan die brulboei, maar deze keer niet. Ik bracht reclamefolders rond en van mijn eerlijk zuurverdiende centjes had ik een heuse leren bal gekocht. Ik was hiermee de held van mijn vriendjes, maar laat die leren knikker nou uitgerekend in de handen van buurman Janssen vallen.
Kapotgesneden bal
Ik zie hem nog de bal oprapen en meenemen naar zijn keuken. Even later kwam hij met een triomfantelijke grijns op zijn porum naar buiten om de bal in kapotgesneden stukken naar ons toe te smijten. We waren er doodziek van. Na ampel beraad besloten we tot een ultieme wraakactie. Niet dezelfde avond, want buurman Janssen was nu in opperste staat van paraatheid.
Een paar avonden later was ons moment. We stopten het sleutelgat van zijn schuurdeur helemaal vol met kleine kiezelsteentjes, één van ons stond op de uitkijk of die brulboei geen argwaan had. Wij sloegen onze slag. Missie geslaagd! Tot onze grote hilariteit moest hij een nieuw slot laten maken. We konden alleen tijdelijk daar niet meer voetballen, want buurman was zo over zijn kookpunt dat hij spontaan zwaveldioxide begon te poepen, terwijl ik nog niet helemaal zeker was over de hoogte van mijn levensverzekering.