Zij was mij voor, ik werd uit het vrijwilligersbestand verwijderd
Wie als eerste spreekt, heeft vaak al gewonnen. De ander mag daarna nog uitleggen wat er werkelijk gebeurde.
Een jonge student wordt neergestoken. De politie arriveert. Even later ligt niet de dader, maar het slachtoffer in de handboeien. Kort daarna overlijdt hij aan zijn verwondingen.
Het klinkt als een scène uit een horrorfilm, maar volgens de berichtgeving gebeurde het onlangs in Engeland. Henry Nowak werd doodgestoken. De 23-jarige Sikh Vickrum Digwa verklaarde dat híj het slachtoffer was van een racistische aanval. De politie leek dat aanvankelijk te geloven. Pas later bleek wie werkelijk het mes had gehanteerd.
Een vergissing. Begrijpelijk misschien. Maar mogelijk is er meer aan de hand.
Mensen geloven vaak degene die als eerste het verhaal vertelt.
Oordeel al gevormd
Wie als eerste spreekt, heeft een voorsprong. Tegen de tijd dat de ander aan het woord komt, heeft het publiek vaak al een oordeel gevormd. Psychologen noemen dat het primacy-effect. De eerste versie van de werkelijkheid nestelt zich ongemerkt in ons hoofd.
Donald Trump begrijpt dat als weinig anderen. Nog voordat alle feiten bekend zijn, geeft hij zijn versie van de gebeurtenissen. Slim, want wie het verhaal als eerste vertelt, dwingt anderen om daarop te reageren. Soms is het oordeel al gevormd voordat zij de kans krijgen hun kant van het verhaal te vertellen.
Ik heb dat ooit zelf ervaren.
Jarenlang werkte ik als vrijwilliger in de daklozenopvang aan de Marnixstraat in Amsterdam. Soms wel drie nachten per week. Op een avond draaide ik samen met een zwarte stagiaire de nachtdienst. Bij het begin van de avond zag ik dat zij een T-shirt droeg met de tekst: Fuck You Motherfucker. Ik vroeg haar of het verstandig was om als gastvrouw in een opvangcentrum zo’n shirt te dragen. We hadden nog gewone shirtjes in voorraad voor onze gasten.
Tot mijn verbazing reageerde ze met een woede-uitbarsting. Daarna weigerde ze de rest van de nacht nog een woord met mij te wisselen.
Gediscrimineerd
Ik overwoog een klacht over haar gedrag in te dienen. Uiteindelijk deed ik dat niet. Ik verwachtte dat zij tot bezinning zou komen. Achteraf bezien bleek dat niet verstandig.
De volgende ochtend vertelde zij haar verhaal aan de leiding.
Volgens haar was ik degene geweest die dat shirt had gedragen. Bovendien voelde zij zich als zwarte vrouw door mij gediscrimineerd.
Van die klacht wist ik niets. Niemand vroeg mij om een reactie. Niemand onderzocht wat er werkelijk gebeurd was. Ik werd eenvoudig uit het vrijwilligersbestand verwijderd.
Pas maanden later hoorde ik wat mij precies verweten werd. Misschien had de leiding goede bedoelingen. Maar serieus nemen is iets anders dan onmiddellijk geloven.
Een beschuldiging is geen bewijs. De enige vraag die telt is: wat zijn de feiten? Want zodra beschuldigingen belangrijker worden dan bewijs, ontstaat een samenleving waarin de waarheid steeds later aan het woord komt.
En soms komt zij te laat.