Monique moet opnieuw door het poortje: ‘Mag ik uw rugzak?’
„Vergeet verdriet en woede, schaamte is de krachtigste emotie van allemaal”, las ik. De zin bleef hangen.
In de tram naar Utrecht, oortjes in, luisterde ik naar muziek. Niet van Spinvis, maar van een vriend, vermomd als zanger. Al doe ik hem daarmee tekort: hij maakte alles zelf, van muziek tot tekst. Ik dacht aan de schaamte van de vriend, terwijl ik naar zijn muziek luisterde. Ik voelde alleen maar opwinding.
Bij het Jaarbeursplein stapte ik net op tijd uit. Er was een tijd dat je rustig kon uitstappen, omdat de tram daar eindigde. Sinds een paar jaar is dat anders. Nog nooit ben ik blijven zitten om te kijken waar de tram me verder brengt. Ik dacht dat ik van afwisseling en verrassingen hield, maar van verrassingen blijkbaar niet. Wel van afwisseling, maar niet altijd. Voorspelbaarheid is een noodzaak op sommige dagen.
Voor ik het wist, stond ik in een pashokje, neus aan neus met mijn spiegelbeeld, in het schrale licht van een designpeertje. Het vest beviel me; ik nam het mee.
Jezus leeft
Even later stak ik het plein over, tussen de marktkramen. ‘Jezus leeft’ stond er op een wit bestelbusje, vlak voor het akelig leeg ogende winkelpand dat ooit mijn lievelingswinkel was. Getroffen bleef ik staan. Twee mensen van het busje kwamen glimlachend op me af.
Ik liep snel door en betrad een bekend warenhuis. Samen met een bonte stoet meiden passeerde ik het beveiligingspoortje. Het alarm ging af. Eén jonge vrouw werd tegengehouden. Ik wandelde rustig verder, langs de make-up van Dior en andere klassiekers en nam de roltrap naar de derde etage.
Er klonk opnieuw een harde piep. Het schelle geluid sneed door mijn oren. Ik voelde blikken op me rusten.
„Mag ik uw rugzak? Zou u er nog eens doorheen willen lopen? Soms zitten er labels in kleding die ineens weer geactiveerd kunnen worden.”
Bevrijding
Het bleek aan mijn jas te liggen: naast het label met wasvoorschriften zat een metalen beveiligingsstrip. De verkoopster knipte het eruit. Het voelde alsof ze me bevrijdde. Mijn drang om te kopen verdween.
Bij de uitgang ging het signaal opnieuw af. Pavlov joeg mijn hartslag omhoog. Terwijl de medewerker luisterde naar wat ik net met haar collega had besproken, liet ze de anderen één voor één opnieuw door het poortje gaan.
„Loopt u maar door”, gebaarde ze naar mij.
Even later stond ik bij het stoplicht, waarna ik in een rechte lijn naar het station liep en de tram naar huis pakte.
De volgende ochtend trok ik mijn nieuwe vest aan. Aan de boord zat een zwarte beveiligingsklem.