Vogelen: ‘Duiven, getver. Ze zijn ook zo dom’
We hadden een rondje door de Betuwe gelopen en ploften neer op een terras in Eck en Wiel. Het gesprek kwam op de vogelapp en hipte van vogels naar duiven.
„Duiven, getver”, zei een vriendin. „Duiven poepen op mijn terras, het zijn een soort ratten. Mensen die ze broodkruimels voeren: stop ermee, anders zit de hele familie duif daar te schijten.”
„Ze zijn ook zo dom”, reageerde een andere. „Zitten ze op een takje met zijn tweeën, de dikzakken. Krak, ja hoor. Kijken: wat is het voor vogel? Een duif. Hahaha.”
Ze grist een servetje van tafel en dept het zweet van haar voorhoofd. „En de ooievaar dan, die blijkt zijn eigen jongen op te eten!”
„Oh echt?”, zeggen we. „Dat meen je niet.”
„Zijn duiven zo dom?”, vraag ik de volgende dag aan mijn gezelschap. Ik neem een hap van mijn vlaai.
„Wat dacht je van postduiven? Postduiven vliegen het continent over en vinden de weg terug naar huis.”
„Ik las laatst dat een duif een Monet van een Picasso kan onderscheiden.”
Vogels kijken is geen hobby
„Hier is onderzoek naar gedaan”, zegt mijn schoonzus vrolijk als ze mijn lach ziet. Haar zus knikt. Zij heeft uilen opgevangen en grootgebracht. Voor haar is vogels kijken geen hobby, maar een manier van leven. Ze maakt prachtige vogels van afvalhout. Hun moeder is thuis in vogelsoorten, insectensoorten en botanische soorten op duizelingwekkend detailniveau. Mijn broer is erdoor aangestoken; hij wijst me vogels bij hun naam aan. Bij ons thuis werden alle vogels over één kam geschoren. Ik pik zo een graantje mee.
Er was een duif die iedere keer tegen ons raam aanvloog. Bam. Dan viel hij en waggelde een stukje. Hij scharrelde door de voortuin, zat onder onze conifeer. Fladderde weer weg. Keerde weer terug. Bam. We sloegen onze handen voor onze monden.
Ik was al op zoek naar een doos; mijn zoon had weer iets besteld en ik greep naar de verpakking en deed de voordeur open. „Oh, hij is weg. Nee, hij is weer terug.”
Beter niet oppakken
Ik pakte mijn laptop en googelde: duif met lamme vleugel dierenambulance.
„Hij zit op de vensterbank.”
„Wacht. Ik lees dat je de vogel beter niet zelf kunt oppakken.”
We schrikken op van gefladder en een gezicht vlak bij ons raam. De buurman van een paar huizen verder wurmt zich plotseling door de struiken in onze tuin. Met twee handen schept hij de duif zo van de vensterbank en loopt er vastberaden mee weg.
Verbluft kijk ik hem na, mijn laptop open op schoot.
„Nou, opgelost”, zegt zoon.