Jan en zijn hot Carribian night: ‘Ik was overdonderd… en gevlucht’

Jan de Bruijn 6 jun 2026, 

Ik had in de ’80 en ’90 van de vorige eeuw een behoorlijke naam opgebouwd in het missen- circuit. Ieder jaar drongen er wel een paar meiden van mijn modellenburo door tot de halve finales van de toenmalige Miss Holland verkiezing.

Hoogtepunt was natuurlijk de bekroning tot Miss Universe van Angela Visser in 1989, nadat zij een jaar eerder via mijn buro Miss Holland was geworden. Adel verplicht, dus nam ik vaak plaats als jurylid bij diverse schoonheidswedstrijden.

De Miss Cabo Verde-verkiezing in een Rotterdamse discotheek was er één om nooit te vergeten. Ik had mijn fotograaf en een van mijn topmodellen meegenomen als medejuryleden. Bij binnenkomst  zag ik zag de eigenaar van de disco vooraf in druk overleg met Lyod, de organisator die naar me toe kwam en op intimiderende wijze zei: „Jij bent de juryvoorzitter en jij moet er voor zorgen dat meisje nr. 8 Carmen naar de finale gaat. Dit moet van de zaaleigenaar omdat Carmen familie van hem is en een grote aanhang heeft meegenomen, wat zorgt voor een topdrankomzet.” Ik was overdonderd. Weggaan was gezien de woest kijkende ingehuurde gorilla’s geen optie en ik overlegde met mijn mede juryleden.

Glenda en Carmen

We hadden alle drie zoiets van ‘we zien wel’, geen idee hoe hoog Kaapverdische emoties kunnen oplopen. Er deden twintig meisjes mee. In de eerste ronde sprong meisje 5 Glenda er al bovenuit.   Carmen was lief en leuk maar stak schrilletjes af tegen Glenda. We konden haar wel bij de laatste tien plaatsen. Ook de volgende schifting was met de hakken over de sloot acceptabel. In de finaleronde viel ze echter door de mand. Glenda blies al haar overgebleven rivales van het podium, ‘onze’ Carmen was verreweg de minste. In de pauze tijdens het juryoverleg werd ik nogmaals fijntjes door Lyod in gezelschap van zijn bodyguards op onze ‘afspraak’ gewezen.

„Carmen MOET winnen!”, werd me nogmaals te verstaan gegeven. „Winnen?, ze moest de finale halen en dat is gelukt, maar iedere blinde egel ziet dat zij kansloos is”, was mijn verweer.

Ik zou naast de drankomzet en het feit dat zij het nichtje van de discoeigenaar was in geen honderd jaar kunnen bedenken waarom zij zou kunnen  winnen. Het zou een keuze zijn die door niemand zou worden begrepen. Lyod keek me indringend aan en stelde mij aansprakelijk voor een eventuele ‘foute’ beslissing.

Lood in de schoenen

Ik overlegde met mijn medejuryleden. Dit konden we echt niet maken en we besloten om de absolute ster van de avond Glenda ‘gewoon’ tot winnares uit te roepen. Het was het aan mij de taak om de uitslag onder het bekende tromgeroffel bekend te maken. Met lood in de schoenen stond ik op het podium waar ik alle finalistes complimenteerde en bedankte voor hun inbreng. Ik riep nummer 3 uit, er volgde een mager applausje. Nu maakte ik nummer 2 bekend, en dat was dus… tada, Carmen! Nu brak de hel los.

Hier waren de fans van Carmen het duidelijk niet meer eens. Maar voordat ik haar officieel tot winnares kon uitroepen, bleek dat Glenda ook duidelijk veel familie en heetgebakerde fans in de zaal had. Er werd eerst nog wat gejoeld, maar al snel klommen er oververhitte toeschouwers op het podium en volgden er schermutselingen met de beveiligers. De missen, onder aanvoering van winnares Glenda, zagen hun eerder nog zo lieftallig uitgesproken wereldvredewens in rook opgaan en renden in paniek van het podium. Ook wij moesten uitkijken en ik rende met mijn medejuryleden achter de missen aan.

Eenmaal in onze eigen kleedkamer aangekomen, blokkeerden we met stoelen de deur. De fotograaf wees naar een krap, maar openstaand raampje. Nu leden we geen van drieën aan overgewicht en de kleedkamer was op de begane grond, dus van een dodensprong was geen sprake. De meute was ons nog niet achternagekomen na onze podiumvlucht, dus hadden we nog tijd om ons via allerlei lichaamsbochten door het kleine raampje een weg te banen, om na een fraaie sprong vervolgens toch nog redelijk hard op de grond te belanden. Gelukkig waren we met één auto en die stond een paar meter verderop. Als een ware Max Verstappen raceten we de al ontwakende Maasstad uit.

Miss CaboVerde leefde hopelijk nog heel lang en gelukkig.

Reacties