Tom wil niet naar de hemel: ‘Brobbey, Brobbey’, scandeert het terras

Tom Divendal 23 jun 2026, 

„Ik wil helemaal niet naar de hemel.” Mijn vriendin kijkt me verbaasd aan.

Onder het genot van enkele cocktails en rozig door de tropische temperaturen, beland ik met haar in een filosofisch gesprek. We vertoeven op een terras in de Amsterdamse Pijp en worden omringd door honderden Oranje-aanhangers.

Er is afgetrapt; de wedstrijd tussen Nederland en Zweden is begonnen.

„Ja, maar dan zie je iedereen weer terug van wie je houdt en word je voor altijd omringd door liefde”, antwoordt ze.

„Nou, dat is het nu juist, dat vind ik een verstikkende gedachte; ik sla nu ook weleens een verjaardag over”, antwoord ik. „En wie wacht me daar dan op? Mag ik de paradijselijke steppen ontdekken met mijn favoriete tante, of ben ik geketend aan die oom die altijd sarcastische grappen maakt?”

Brobbey, Brobbey

„Nou, het lijkt mij een heel prettig idee”, reageert ze. „Ik geloof niet in een god, maar ik geloof er wel in dat energieën elkaar weer…”

Nog voordat ze haar zin kan afmaken, gaat het terras uit zijn dak. „Brobbey, Brobbey, Brobbey…”, scandeert het tafeltje naast ons.

„…dat energieën elkaar weer vinden”, vervolgt ze.

„Maak het eens concreet. Als je als energiebol slaagt voor de spiegeltest, gaat zo’n paradijselijke omgeving toch snel vervelen? En is het niet zo dat alles waar wij betekenis aan geven, valt of staat bij de gratie van een begin en een einde? Kan je net zo intens van iemand houden zonder de dreiging van je eigen mortaliteit? Juist de tijdelijke aard van ons bestaan geeft…”

Midden in mijn betoog ontploft het terras: „Nederland, Nederland, Nederland…”

„…geeft het toch een enorme diepgang en betekenis”, vervolg ik.

Tot in de eeuwigheid

De eerste helft zit erop. Ik kijk naar het tafeltje naast ons; een groep tienermeiden, niet ouder dan een jaar of 16, zitten uitgedost met vlaggetjes op hun wangen aan de Aperol Spritz. „Dit is mijn eerste WK, ik vind het zo ontzettend spannend!”, roepen ze in koor.

“Misschien blijft er wel helemaal niks over van ons, als we tot in de eeuwigheid…”

Als doelpunt nummer drie valt zwakt het enthousiasme al wat af – „Gakpo, Gakpo…”

„…elkaars paradijselijke koppen moeten aanschouwen.”

Ik wil niet eeuwig leven; dat maakt me doodsbang.

Reacties