De Grondwet kent geen partijen en wij doen alsof dat normaal is
Nederland is trots op zijn rechtsstaat. Terecht. Maar wie iets dieper kijkt, ziet een systeem dat zichzelf in stand houdt door één argument dat altijd klaarstaat: zo hebben we het altijd gedaan.
Neem iets eenvoudigs. De Grondwet kent bij verkiezingen geen partijen. Alleen personen. Je stemt op een naam, op een mens. Dat is bewust zo ontworpen, een volksvertegenwoordiger vertegenwoordigt het volk, niet de fractie.
Maar in de praktijk? Een Kamerlid dat van zijn partijlijn afwijkt is een probleem. Een Kamerlid dat zelfstandig denkt, heet onbetrouwbaar. De partijstructuur heeft de individuele vertegenwoordiger bijna volledig ingeslikt, terwijl de Grondwet daar nooit toestemming voor heeft gegeven.
Dat is geen detail. Dat is een fundamentele spanning die niemand wil benoemen, omdat het te ongemakkelijk wordt.
Partijmachine
Hetzelfde geldt voor partijfinanciering. Politieke partijen ontvangen tientallen miljoenen aan overheidssubsidie. Op zichzelf verdedigbaar. Maar het gevolg is dat de partijmachine zichzelf kan reproduceren ongeacht hoe goed ze presteren, hoe transparant ze zijn, of hoe representatief ze nog zijn.
Het systeem subsidieert zijn eigen continuïteit.
En referenda? Die kunnen niet. Want de kiezer is niet te vertrouwen met directe democratie. Althans, dat is de geest van het argument, ook al zegt men dat nooit hardop.
Het gaat me niet om een specifieke partij of ideologie. Het gaat me om de structuur zelf en om de reflex die elke discussie erover doodt nog voor ze begint. Dat is juridisch ingewikkeld. Dat werkt in de praktijk niet. We hebben dit altijd zo gedaan.
Die reflex is geen argument. Het is een verdedigingsmechanisme van een systeem dat vergeten is zichzelf te bevragen.
Hét probleem
Wat me daarin het meest steekt, is het gemak. Er is geen kwade wil voor nodig.
Het systeem vraagt er niet om. Ambtenaren, fractievoorzitters, juristen: ze handelen allemaal rationeel binnen de structuur die er is. Maar precies dat is het probleem.
Een systeem dat comfortabel genoeg is voor de mensen erin, heeft weinig reden om zichzelf te veranderen. De prikkel ontbreekt. En dus blijft de vraag wie dit eigenlijk gaat agenderen en voor wie ze dat dan doen.
Staatsrechtelijke vernieuwing klinkt saai. Maar het gaat eigenlijk over één vraag: wie vertegenwoordigt wie, en op wiens kosten?
Zolang we die vraag niet serieus nemen, praten we over politiek zonder over macht te praten.