Volgens Peter is gastvrijheid geen recht: ‘We zijn het kwijtgeraakt’
Gastvrijheid kan een vreemdeling veranderen in een buurman. Een systeem maakt er eerder een dossier van.
Wie tijdens een onweersbui op mijn deur klopt, laat ik binnen. Dat is gewone menselijkheid. Ik geef hem een stoel, een kop koffie en misschien iets te eten. Wat ik hem niet geef, is de sleutel van mijn huis.
Toch lijkt dat ongeveer de logica van ons asielbeleid.
Gastvrijheid en rechten zijn namelijk niet hetzelfde. Gastvrijheid is een geschenk. Rechten zijn een verworvenheid. Ze horen bij een gemeenschap die in de loop van generaties wetten heeft opgebouwd, belastingen heeft betaald en verantwoordelijkheden heeft gedragen.
Stel u voor dat een onbekende reiziger bij u aanbelt. „Doe maar net alsof je thuis bent”, zegt u vriendelijk. Maar de gast neemt die woorden letterlijk. Hij opent de koelkast, pakt wat hem zint, drinkt het laatste flesje bier leeg, zet de televisie aan, flirt met uw vrouw en valt uiteindelijk met zijn schoenen aan in uw bed in slaap.
Niemand zou dat normaal vinden.
Toegang tot voorzieningen
Toch doen wij iets wat daar sterk op lijkt. Nog voordat we precies weten wie iemand is, krijgt hij toegang tot voorzieningen, juridische bijstand en procedures. Vaak nog voordat zijn identiteit en achtergrond volledig zijn vastgesteld.
En dan verwachten we ook nog dankbaarheid.
Misschien vergissen we ons daarin. Dankbaarheid ontstaat tussen mensen, niet tussen een ontvanger en een bureaucratisch systeem. Gastvrijheid komt van de buurman die helpt, van de vrijwilliger die taalles geeft, van de winkelier die een praatje maakt.
Ik weet dat uit eigen ervaring.
Jarenlang zwierf ik door India als sadhoe, een soort bedelmonnik. Het was een spirituele oefening. Je maakt je afhankelijk van de goedheid van onbekenden. Je weet ’s morgens niet waar je zult overnachten, wat je zult eten of wie je zult ontmoeten.
Iemand besluit te helpen
Als mensen merken dat je oprecht bent, gebeurt er iets bijzonders. Men biedt je eten aan, een glas chai, een plek om te slapen. De buschauffeur wil geen geld aannemen, iemand stopt je wat geld toe voor een treinkaartje, een ander geeft je kleding of wat zakgeld. Niet omdat je er recht op hebt, maar omdat iemand besluit je te helpen.
Na verloop van tijd gebeurt er nog iets. Je raakt gehecht aan de samenleving die je draagt. Je voelt bewondering voor de mensen die hun deur voor je openen. Je wilt hun taal begrijpen, hun gewoonten leren kennen en hun vertrouwen waard zijn.
Het lijkt bijna op verliefd worden. Niet op één persoon, maar op een samenleving.
Dat is de kracht van ontvangen gastvrijheid.
Dat was ooit ook de kracht van Nederland. In de zeventiende eeuw kwamen mensen uit heel Europa naar de Republiek op zoek naar vrijheid. Hugenoten, Joden, Protestanten en ambachtslieden vonden hier kansen die zij elders niet hadden. Zij kwamen niet terecht in een verzorgingsstaat. Zij moesten hun plaats vinden in de samenleving, werken, contacten opbouwen en bijdragen. De nieuwkomer was niet in de eerste plaats cliënt van een systeem, maar gast van een samenleving.
Misschien is dat precies wat wij zijn kwijtgeraakt.
Administratief, niet menselijk
Wie zich welkom voelt door mensen, raakt nieuwsgierig naar die mensen. Hij wil de taal leren, begrijpen hoe het land werkt en contact leggen met zijn nieuwe omgeving. Maar wie vooral met instanties te maken krijgt, leert vooral hoe het systeem werkt. Dan blijft de eigen gemeenschap vaak het belangrijkste referentiepunt. Integratie wordt administratief in plaats van menselijk.
Misschien ligt daar de fout die wij al tientallen jaren maken. Wij proberen integratie te organiseren via regels en voorzieningen, terwijl zij in werkelijkheid ontstaat uit menselijk contact, wederzijds respect en gedeelde verantwoordelijkheid.
Gastvrijheid kan een vreemdeling veranderen in een buurman. Een systeem kan hooguit een dossier van hem maken.