Volle bar, lege gesprekken: Hilde vertrekt op tijd van het daten
De zon brandt op mijn lijf, ik zit op een terras en voel dat de zomer eraan komt. Ik neem een slok van mijn ijskoude Aperol Spritz en zeg hardop: „heerlijk”. Al snel gaat het gesprek met mijn vriendin, uiteraard, over mannen.
En nog geen vijf minuten later over de vraag waarom we in vredesnaam vrijwillig naar een singlesborrel in Amsterdam gaan. Ik noem het: mijn sociale kilometers verdelen. Zij noemt het: hoop.
We raken al snel in gesprek met twee vrouwen op het terras. Eén vertelt dat daten op haar leeftijd niet per se beter wordt, alleen anders. We lachen om haar Lexa-borrelverhalen van vroeger, toen mannen nog gewoon ‘druk’ waren en geen ‘emotionele puzzel’. Ik tik mijn Aperol Spritz achterover. De zenuwen zijn er inmiddels ook. Tijd om te gaan.
Mooie mensen
De bar staat vol knappe mannen en vrouwen. Het zelfvertrouwen hangt er bijna zichtbaar in de lucht. Het startsein wordt gegeven en we mogen los. Ik praat, lach, knik. Alles klopt. En toch voelde ik… niets. Niet afwijzing. Niet ongemak. Meer een soort stille leegte. Alsof ik in een ruimte vol opties stond, maar mezelf ergens onderweg was kwijtgeraakt.
Misschien zat dat gevoel er al sinds zaterdag. De date was leuk, echt leuk. Zo’n avond die vanzelf gaat. We lachen, delen verhalen en ergens tussen het derde en vierde glas vertelt hij dat hij een kind heeft. Geen probleem, denk ik. Ik ben volwassen genoeg om daar niet van te schrikken. Twee dagen later appt hij. Dat hij het heel leuk vond. Dat ik licht ben, levend, avontuurlijk. Dat het vanzelfsprekend voelde en we veel gemeen hebben. En dan, bijna terloops: dat zijn hoofd chaos is en hij niet weet wat hij zoekt. Sinds wanneer is chaos een persoonlijkheid?
West- vs Oost-excuses
Op de singlesborrel praten mannen vooral over zichzelf. Over werk, reizen, ambities. De meesten zijn advocaat of consultant en plannen hun volgende vakantie al voordat het drankje op is. Ik hoor: „Ah, jij woont in West en ik in Oost, dat wordt lastig.” Amsterdamse mannen hebben de reputatie dat ze weten wat ze willen. Maar soms weten ze vooral wie ze zijn. En dat vertellen ze graag, zonder te checken of iemand nog luistert. Ik kijk om me heen en besef: niet zij zijn leeg, ik heb gewoon geen zin meer in halve verhalen. Het probleem is niet dat iedereen single is. Het probleem is dat niemand even pauzeert.
In de trein terug naar Utrecht voel ik opluchting. Niet omdat de avond mislukt is, maar omdat ik op tijd ben weggegaan. Misschien is daten tegenwoordig niet zozeer het zoeken naar liefde, maar het herkennen van het moment waarop je genoeg halve verhalen hebt gehoord.
En ergens tussen Amsterdam en Utrecht vraag ik me af: als eerlijkheid altijd te laat komt, is eerder vertrekken dan niet gewoon precies op tijd?