Logistiek in plaats van liefde: ‘Date voelde niet als zin, maar als ingeplande optie’

Hilde Lucker 23 jun 2026, 

„Jij woont in Utrecht toch? Wat is dan handig, ben jij weleens in Amsterdam? Ik ben er niet zo vaak. En voor een eerste kennismaking is het misschien ook wel zo relaxed als niemand speciaal een stad hoeft te claimen. Dus als je binnenkort toch in Amsterdam bent, dan kunnen we het even combineren.”

Ik luisterde het twee keer. Niet omdat ik het niet begreep, maar omdat ik probeerde te snappen hoe iets zó redelijk toch zó weinig verlangen kon bevatten. Het klonk alsof ik geen date kreeg, maar een afspraak met de NS-klantenservice. Kennismaking. Even combineren. Efficiënt, alsof gevoel iets is dat je inplant tussen twee afspraken.

Begrijp me niet verkeerd: er hoeft echt geen twaalf uur voor mij te worden vrijgemaakt. Ik hoef niet opgehaald te worden met een limousine of uren in een sterrenrestaurant te zitten. Maar kouder dan dit kon het bijna niet. Dit voelde niet als zin, maar als een ingeplande optie.

Na wikken en wegen besloot ik het bericht even te laten liggen. Was dit interesse of gewoon logistiek gemak? Ik moest denken aan mijn eerder column over Amsterdamse mannen, mannen die praten alsof ze een sterke wifi-verbinding hebben, maar zelden checken of iemand meeluistert. Deze voice-memo voelde als een verlengstuk daarvan: prima plan, zolang het maar niet om mij draaide.

Sangria-therapie

Onder het genot van een kan sangria probeerden een vriendin en ik ieder woord te ontleden. Nadat ze het bericht twee keer had geluisterd, zei ze: „Dit wordt niks.” Toch reageerde ik luchtig. „Men komt zeker altijd naar Amsterdam toe?”
„Haha ja, eigenlijk wel.”
En toen kwam het vervolg.
„Heel misschien ga ik volgende week vrijdag wel naar Utrecht. Dan zou ik in de middag misschien even kunnen afspreken. Maar ik weet het nog niet zeker.”

Het was geen uitnodiging. Het was een optie. Een reserveplek tussen andere plannen door. Alsof ik niet werd gevraagd, maar ingepland, onder voorbehoud. We zijn gaan daten alsof het een vergadering is op maandagochtend om half negen: inclusief agenda, reistijd en de stille hoop dat iemand het eigenlijk wil afzeggen maar dat niet durft.

Misschien is niemand ongeïnteresseerd. Misschien zijn we gewoon bang om echt te kiezen. Bang om te zeggen: ik wil je zien, zonder bijsluiter. Ik blijf geloven in moeite. In iemand die zegt: wanneer kan jij, dan kom ik.

De stad van bijna-dates

En om eerlijk te zijn: ik heb mijn abonnement op Amsterdamse mannen nog niet opgezegd. Ik heb het alleen op ‘niet automatisch verlengen’ gezet. Ik ben alleen iets kritischer geworden op wie me in zijn agenda probeert te passen. Maar ergens blijft die nieuwsgierigheid bestaan. Misschien is dat precies het probleem.

Ik legde mijn telefoon weg en wist ineens wat ik niet meer wilde. Geen dates die alleen doorgaan als het toevallig past. Misschien is het meest aantrekkelijke wat iemand kan zeggen niet: „Ik weet het nog niet zeker.” Maar gewoon: „Vrijdag kan ik. Hoe laat?”

En eerlijk? Dat is alles.

Reacties