Columnist in overdrive: ‘Ik ben niet gek, het nieuws wel’
Laatst schreef de redacteur van de Metro een noodkreet: „Stop. Ho. Rustig aan. Je stuurt te veel columns in. We kunnen het niet meer aan.” Alsof ík degene ben die iedere dag met een vlammenwerper door het nieuws gaat. Alsof ik ’s morgens wakker word en denk: kom, laat ik vandaag eens vrijwillig een extra portie absurditeit de wereld in slingeren.
Nee beste mensen, ik bén niet de oorzaak. Ik ben hooguit de notulist van de gekte.
Ik zou dolgraag een week géén column schrijven. Echt waar. Een weekje rust. Een stukje over eenden voeren in het park. Over het geluid van regen op een tuinhuis. Over de romantiek van een gehaktbal uit de airfryer. Maar nog voor ik de eerste zin heb getikt, blijkt ergens een minister 180 graden gedraaid te zijn, een gemeente een regenboogzebrapad tot hoofdzaak van de beschaving te verklaren, of een Kamerlid boos te zijn op cijfers die zijn eigen partij vorig jaar nog fantastisch vond.
En dan kijk ik naar mijn toetsenbord. Dat kijkt terug alsof het wil zeggen: „Ja vriend, daar gáán we weer.”
Clown achter het slot
Nederland is inmiddels één grote satirische escaperoom geworden. Je loopt van deur naar deur, maar overal zit dezelfde clown achter het slot. Asielbeleid? Chaos. Woningmarkt? Kansspel. Energieprijzen? Russische roulette met een thermostaat. En ondertussen discussiëren talkshows drie avonden lang over een verkeerd uitgesproken woord op X, terwijl ergens een complete beleidsramp geruisloos langs de achterdeur naar binnen wandelt.
Hoe moet je daar géén column over schrijven?
Vroeger moest een columnist overdrijven om iets belachelijk te maken. Tegenwoordig hoef je alleen nog maar letterlijk te citeren wat iemand gezegd heeft. De werkelijkheid doet het zware werk zelf al. Satire is werkloos geworden door concurrentie van de realiteit.
Soms denk ik weleens dat ergens diep onder Den Haag een geheim laboratorium zit waar ambtenaren nieuwe absurditeiten ontwikkelen. Gewoon om columnisten bezig te houden. „Jongens, we hebben een probleem. Hij begint rustiger te worden. Gooi snel een proefballonnetje over rekeningrijden voor tractoren of een stikstofplan voor postduiven.”
En hup, daar zit ik weer.
Relaxter piepen
Mijn omgeving zegt dan: „Je moet je minder druk maken.” Maar dat is alsof je tegen een brandmelder zegt dat hij wat relaxter moet piepen. Ik maak me niet druk, ik observeer slechts. Ik ben de man aan de zijlijn die noteert dat de buschauffeur inmiddels achter het stuur zit met een blinddoek om en een cursus mindfulness op cassettebandje.
Dus nee, lieve Metro-redacteur, ik kan niet stoppen met schrijven. Niet zolang de wereld zich blijft gedragen als een afgekeurde sketch van Monty Python. Niet zolang politici iedere week zinnen uitspreken waarvan vroeger zelfs de dorpsgek het begin niet had gehaald. En niet zolang Nederland iedere ochtend collectief wakker wordt en denkt: ach ja, waarom ook niet.
Ik beloof wel dat ik mijn best doe minder columns te sturen. Zodra de werkelijkheid daarmee begint.