Eds ergernis is woordenbehangpap: ‘Praat recht vooruit’

Ed Knegtel 23 mei 2026, 

Nu ben ik toch geraakt, wat zeg ik: onderuitgehaald, bij mijn guilty pleasure First Dates. Daar kwam een homme pour un homme. Zo’n onbestemde veertiger, een grijzemuizenman pur sang.

In een misdaadprogramma zou hij op basis van zijn specificaties niet gevonden worden als dader.

„Ik wil het nu doen”, zei hij – er vloog later wel meer innuendo over tafel – „want als je 60 bent, wat rest je dan nog, wat kun je nog? Sjoelen?”

PARDON? Ik voelde de angry young man in mij losbreken.

Taalschuld

Ergernissen zijn een fijne inspiratiebron voor columns – bijvoorbeeld over onoorbaar taalgebruik. Voetbaltrainerpraat is vaak tenenkrommend; Cruijffiaans daarentegen vind ik prachtig. De liefde voor accenten is ook persoonlijk: ik vind Twents veel mooier dan Amsterdams – of alles ‘daarboven’. Vanaf Vlieland gaat het wel weer. Dat niet iedereen even taalvaardig is, daar kan ik prima mee leven, echt.
Zelfs als je er na een generatie in een land nog niet al te veel van bakt. Zelf weten, je doet jezelf tekort. Mijn grootste ergernis is ook niet omfloerst, of wollig geouwe, maar pompeus taalgebruik. Het soort woordenbehangpap dat in de wereld van solliciteren hardnekkig voortleeft.

„Ik ben iemand die…” in plaats van „ik denk in oplossingen”. Omweg ondanks navigatie. Krompraat.
Als je zegt dat je ‘werkzaam’ bent in die en die sector, heb je er dan echt een baan? Of doe je alsof, op nulurencontract of als vrijwilliger en loop je de kantjes er vanaf?

Veel mensen zijn nog ‘woonachtig’. Woon je dan in een appartement, of in een huis, of lig je stiekem ’s nachts op een platgetrapte supermarktdoos onder een brug? Kun je met fatsoen nog ‘in het bezit’ zijn van iets anders dan illegale substanties? Je hebt toch gewoon een paspoort en een rijbewijs?

Praat gvd recht vooruit.

Reacties