Schizofrenie
Tegenwoordig heeft iedereen een stoornis of allergie. Zonder stoornis of allergie ben je niemand. Er wordt verteld dat je hersenen falen of je lichaam.
Een deel komt door de maatschappij waarin we leven. Iedereen moet perfect zijn. Daarnaast is het eten in de supermarkt ook niet perfect. Het zit vol hulpstoffen die niet goed voor ons zijn.
Gezondheidsinstellingen strooien met stoornissen en tests wijzen altijd uit dat er wat aan de hand is. Dan kunnen ze medicijnen voorschrijven. Eén bedrijfstak is daar heel blij mee, dat er veel mensen aan de medicijnen zitten.
Bij mij werden wisselende stoornissen aangemeten of geprobeerd aan te meten. Ik moest een stoornis hebben om mijn zoon te zien. De huisarts gaf voor het gemak ‘persoonlijkheidsstoornis’. Lekker breed en ongefundeerd geconstateerd. Van die huisarts heb ik ook afscheid genomen.
Niet volgens het boekje
Toen ik in dat psychiatrische ziekenhuis kwam vonden ze de stoornis ‘schizofrenie’ uit. Dat is een stoornis als je gedrag afwijkt van het normale. Als je niet je volgens het boekje gedraagt.
Ik zat eens in een gevaarlijk pand en riep uit het raam dat ik gered wilde worden. Ik weet niet of dat raar is. Op dat moment vond ik van niet.
Ik zag veel jongens aan voor mijn vriendjes en deelde met sommigen het bed. Wel veilig. Maar het bleek raar te zijn.
De volgende jaren voelde ik mij onveilig en dacht ik dat ik gevolgd werd. Kwam het door de medicijnen of door mijn brein? Ik weet het niet. Achteraf zijn dingen niet waar en van een aantal dingen weet ik het niet zeker. Na zeven jaar in de psychiatrie te zijn verbleven, weet ik het nog steeds niet.
Drupje gif
Mijn leven is nu gewoon en ik zie dingen helder. Wel moet ik twee keer in de week penfluridol slikken. Een drupje gif, want het bestaat uit benzeen waarvan in de jaren tachtig mijn scheikunde leraar zei: „Het kan en mag nooit gebruikt worden, want het is gif.” Ik eet gezond, ik beweeg gezond en neem veel fruit en specerijen.
Schizofrenie is een vloek en een zegen voor mij. Ik zit veilig in de instelling, maar ik heb wel een label op mijn voorhoofd. Of ik er ooit nog eens vanaf kom is de vraag.