Noel – asielzoeker uit Loosdrecht: ‘Niet in een of ander asiel gedumpt’

Han Maas 20 mei 2026, 

Het is alweer lang geleden dat ik daar was. Allereerst om er te schaatsen; het gebeurde toen ook niet zo vaak dat de diepe plassen betrouwbaar waren. Een paar jaar later kwam ik in Loosdrecht voor iets heel anders, voor een hond van een ras dat de liefde heeft uitgevonden: de labrador.

Uit het asiel? Nee, bij een fokker. Die liefdevol 1200 gulden vroeg voor een hondje waaraan jij asiel verleent, niet omdat het moet maar omdat jij het wilt.

Een worp van elf puppy’s. Alle ‘van kleur’: acht zwarte en drie bruine. Of ik in aanmerking kom om voor veel geld jarenlang voor eentje te mogen zorgen kost me een telefoongesprek van een uur. Hoe de gezinssituatie is, waar ik woon et cetera. Een kind adopteren is nog gemakkelijker, schat ik in. Ik krijg een heel verhaal over de moeder die allerlei prijzen heeft gewonnen. Uiteindelijk mag ik langskomen.

Elf lieve labradorpups liggen op en over elkaar. Ze zijn met Tipp-Ex gemarkeerd om ze uit elkaar te houden. Op ‘Puppy’ reageren ze allemaal.
Als ik na twee weken weer langs ‘mag’ komen zijn er nog maar twee (zwarte) overgebleven waaruit ik kan kiezen – zielig, eentje komt in een kapperszaak terecht. Wie moet ik nu kiezen, Puppy of Puppy?
‘Puppy’ komt kwispelend aan mijn broekspijp snuffelen en heeft mij voor elfenhalf jaar gekozen. Met hem onder mijn ene en zijn stamboom en hondenpaspoort onder mijn andere arm, zet ik de kleine ‘statushouder’ die niet in een of ander asiel wordt gedumpt in de auto, op weg naar een huis dat hij niet kent, volledig overgeleverd aan de mens aan wie hij als labrador zijn onvoorwaardelijke liefde gaat geven. Zijn naam is Noel – het loopt tegen kerst.

Na een jaar bel ik de fokker: Noel heeft pijn aan zijn elleboog en kan haast niet lopen, hij moet geopereerd worden. Het telefoongesprek duurt nu geen uur, slechts een paar minuten: „Ik ben gescheiden en ik heb geen geld. Je moet bij mijn ex-man wezen”, zegt ze bits. Ik krijg niet eens de kans om te zeggen dat het niet om geld gaat, maar of die aandoening erfelijk is en bij Noels broertjes en zusjes ook voorkomt. De dierenarts had ernaar gevraagd.

– Noel houdt evengoed van mij, en niet alle Loosdrechters zijn slecht.

‘Je bent een herinnering die mij kon lezen
Je bent een herinnering waarover ik kan schrijven
Ik liet je los en floot je weer terug
Onvoorwaardelijke liefde laat je nooit meer los

Ik moet je vergeten met stapels herinneringen
Ze vliegen me af en toe naar de strot
Dus laat ik je los
Toch kom je iedere keer weer terug

Je ogen en je naam
Je zocht mij uit
Waarom moest ik je laten gaan?
Daar ben je weer

Op onverwachtse momenten die te verwachten zijn
Zo tegen de kerst
Je begreep je naam hoewel je de betekenis niet kende
Ik denk aan je en maak je vast aan een lijn
Het is die speciale band
Tussen jou en mij’

Reacties