Monique en het h-woord dat was gevallen: ‘Doe maar iets lager’

Monique Louis 13 mei 2026, 

Toen het h-woord viel, stond ze als eerste met haar jas aan. Ze zocht koortsachtig in verschillende laadjes. Hebbes. Het nagelschaartje verdween in haar zak.

Ze sommeerde hem zijn schoenen aan te trekken. De 12-jarige draalde.

„Kom op.”

„Hier.” Ze duwde het plastic in zijn handen. Hij keek monter om zich heen. Zij wees en hij knielde. Haar toon werd steeds dringender.

„Kijk, daar!”

„Voorzichtig, anders houd je niets over.”

Klonk haar stem bestraffend?

Hij zat gehurkt, greep naar de stengel. „Doe maar iets lager.”

Braaf volgde hij haar aanwijzingen. Ze wees hem op eenden met jongen, op de blauwe lucht. Wat een rijkdom aan gras en bloemen. Hij knikte, knielde en gaf haar het tasje.

„Misschien beter iets verder van de kant”, zei ze, met een schuin oog op de teckel die zijn gouden straal over het onkruid liet lopen.

Hij luisterde niet en knipte stug door. Straks wachtte toch zeep, handenvol.

Thuisgekomen dook hij achter zijn laptop. Zij stalde trots de vondsten uit. „Pak je grote Bosatlas erbij.” Nog een advies, nu van de andere ouder.

Zuchtend stond hij op. Zij legde ondertussen de kwetsbare plantjes op keukenpapier, streek een los blaadje recht en telde de soorten.

„Het zijn er al elf.”

Ze keek hem stralend aan. Hij keek terug naar zijn scherm.

 Foto’s van de planten

Een week later vroeg ze naar de opdracht. Moest hij de planten niet opzoeken en hun namen opschrijven? De planten zouden veranderen; hoe wist hij dan nog…?

Nog een week later kwam het antwoord.

„Ik had eerst een foto moeten maken van alles wat ik geplukt heb.”

„Dat kan alsnog!”, riep ze blij. „Laten we nu een rondje maken, kom.”

„Nee, nu niet”, zei hij. „Morgen misschien.”

De dag erna keek ze hem hoopvol aan.

„Nee, echt niet”, zei hij, de ogen strak op het scherm waar felgekleurde figuren over elkaar heen buitelden.

Het was maandag; ze hadden gegeten. De zon was weg. „Okay dan.” Ze trok haar parka aan. Hij schoot in zijn vest en pakte zijn mobiel.

„Zoek je ruzie?”, vroeg hij, slenterend op badslippers en in korte broek.

De temperatuur was gezakt naar 11 graden. Zodra ze de hoek omgingen, rilde hij. Zijn lippen werden paars.

„Het hele rondje…? Dat meen je niet.”

Het denkbare was gebeurd: zijn herbarium was haar herbarium geworden.

Reacties