Europa haalde opgelucht adem: Israël won nét niet het Songfestival
Je kon het dit weekend bijna voelen in Europa. Dat moment waarop de punten binnenkwamen, Israël gevaarlijk dicht bij de winst bleef hangen, en ergens bij de EBU waarschijnlijk mensen met klamme handen naar een scherm zaten te kijken. Het Songfestival stond op het punt om volledig te ontsporen. Als Israël had gewonnen, was het komende jaar niet over muziek gegaan.
Dan ging het over demonstraties, boycots, Kamervragen, petities, artiesten die afhaken en eindeloze discussies over deelname, neutraliteit en politiek. Het Songfestival is allang geen gewone liedjeswedstrijd meer. Het is de enige avond waarop Europa tegelijk probeert feest te vieren, politiek te bedrijven en morele superioriteit uit te stralen, allemaal onder een regen van glitter en vuurwerk.
En toen gebeurde het onverwachte. Bulgarije won. Niet met een gevoelig kunstwerk over oorlog, identiteit of vrede. Nee. Gewoon met Bangaranga. Een nummer vol pure energie, hysterische beats en chaos. En misschien was dat precies wat het festival nodig had. Geen discussies. Geen symboliek. Geen diepgravende analyses over verborgen boodschappen in het derde couplet. Gewoon drie minuten lang een arena met licht en herrie: ‘BANGARANGAAAA!’
Stemmen vanuit sympathie
Misschien had Europa precies dát nodig. Volslagen onzin. Mensen stemmen allang niet meer alleen op muziek. Ze stemmen vanuit sympathie, irritatie, solidariteit, schuldgevoel, frustratie of omdat ze nog steeds boos zijn dat hun favoriet er in 2018 uit lag.
Israël werd tweede met Michelle, een opvallend rustige en oprechte ballad tussen al het geschreeuw, vuurwerk en elektronische geweld. En eerlijk: het was waarschijnlijk gewoon een mooier lied dan de winnaar. Maar mooie liedjes winnen het Songfestival niet altijd meer. Daarvoor moet een optreden tegenwoordig ook ontploffen, branden of minstens drie collectieve zenuwbanen tegelijk raken.
En Roemenië deed doodleuk mee met een nummer dat Choke Me heet. Ook dat is inmiddels volledig normaal geworden binnen Eurovision. Eerst een emotionele ballad over pijn en verlies, vijf minuten later iemand die tegen een industriële beat staat te krijsen. Niemand kijkt daar nog van op.
Had Australië ook een liedje?
Australië stuurde een productie met veel glitter, echt heel veel glitter… vooral in de jurk en de piano. Zoveel dat je halverwege vergeet dat er ook nog een liedje onder zit. En Italië? Ach ja… Italië stuurde een prima liedje, uitgevoerd door heren die rechtstreeks uit een chique maffiafilm waren weggelopen.
Je voelde Europa tijdens de puntentelling rekenen. Tweede plaats was veilig. Net genoeg punten om te laten zien dat het om de liedjes gaat.
En ergens midden in die complete chaos zat de EBU waarschijnlijk opgelucht aan de champie.
Want nu kunnen ze volgend jaar gewoon een podium bouwen in Sofia, zonder dat iedere persconferentie verandert in een geopolitiek mijnenveld.
Dat was de echte overwinning van zaterdag.
Niet Bulgarije, maar het feit dat Europa nog één jaar langer kan doen alsof het Songfestival alleen over muziek gaat.