Hildes date-leven: ‘Sinds wanneer komt eerlijkheid altijd te laat?’

Hilde Lucker 14 mei 2026, 

Een doodgewone woensdagavond, waarop de cava in mijn favoriete bar in Utrecht weer rijkelijk vloeit alsof het water is in plaats van een licht problematische levensstijlkeuze; en ik mezelf opnieuw heb wijsgemaakt dat dit ‘gewoon even bijkletsen’ is in plaats van een wekelijkse emotionele evaluatie met bubbels.

Het is de plek waar ik mijn dateverhalen presenteer aan mijn vrienden alsof het een Netflix-serie is waarvan niemand officieel toegeeft dat ze die volgen, maar waar ondertussen iedereen elk seizoen kent, inclusief de cliffhangers die niemand hardop wil benoemen.

In mijn kladblok staat een lijst met bijnamen voor mannen, want echte namen zijn hier niet meer relevant; ‘dj’, ‘boot’, ‘Flater’, ’teenslipper’ en ‘oorbel’ functioneren inmiddels beter als categorieën dan als personen. En geloof mij, een aandeelhoudersvergadering is er niets bij, behalve dat er bij ons meer wordt gelachen en vooral slechter wordt besloten, meestal ergens tussen de derde slok cava en de zin: „Maar hij leek toch wel leuk.”

Reality-tv onverwachte dategast

Buiten loop ik even een luchtje scheppen en, volledig onverwacht en precies op het moment dat je dat níet wilt, loop ik een online match tegen het lijf die zelf meedeed aan The Bachelorette. Wat volgt is een gesprek dat daar onvermijdelijk op terugkomt, waarin ik met bewonderenswaardige discipline doe alsof ik geïnteresseerd ben, terwijl ik me intussen afvraag wanneer daten precies is veranderd in het bespreken van televisie die ik niet alleen ken, maar ook nog gewoon met plezier kijk.

Op dat moment denk ik nog dat dit zo’n avond is waarop iemand je leven net iets langer maakt dan gepland, totdat ik me realiseer dat dat precies is hoe al mijn verhalen beginnen: met een soort hoopvolle vertraging die achteraf vooral slechte timing blijkt te zijn.

De digitale handdruk

Mijn aandacht verschuift daarna naar iemand anders, scherpere kaaklijn, baardje, goed haar, alsof hij rechtstreeks uit een L’Oréal-reclame is weggelopen en vergeten is dat hij daar eigenlijk niet meer in hoort. Er wordt een champagneproeverij gepland, nummers worden uitgewisseld en ergens tussen de tweede grap en het laatste glas in besluit mijn brein alvast dat dit allemaal een veel groter verhaal is dan het in werkelijkheid nog is, want hoop is blijkbaar gewoon optimisme met een slechte filter. De volgende dag volgt hij me op Instagram, wat tegenwoordig voelt als een digitale handdruk: geen woorden, maar net genoeg bevestiging om te denken dat je niet bent verdwenen zodra je bent weggelopen.

En daarna wordt het stil. Niet dramatisch, maar precies in die moderne variant van stilte waarin je jezelf betrapt op het bedenken van verklaringen voor iemands afwezigheid, alsof stilte iets is dat je toch nog kunt vertalen naar iets logisch.

Tot er een bericht komt: „Ik denk dat ik met mijn dronken hoofd vergeten ben te zeggen dat ik een vriendin heb.” En ergens is dat bijna geruststellend. Niet omdat het goed is, maar omdat het betekent dat je niet bent afgewezen door iemand vrij, maar tijdelijk verkeerd bent opgeslagen door iemand die zijn eigen realiteit blijkbaar in losse momenten bijhoudt.

Te laat eerlijk

Wat me vooral opvalt is niet wat hij zegt, maar wanneer hij het zegt: niet op het moment zelf, maar pas achteraf, wanneer het niets meer kost. Alsof eerlijkheid alleen nog acceptabel is zolang het geen gevolgen heeft.

En terwijl ik nog een slok cava neem, denk ik aan hoe verdwijnen tegenwoordig nooit echt verdwijnen is, maar eerder een pauzestand waarin mensen even uit beeld verdwijnen zodra het ongemakkelijk wordt en weer terugkomen zodra het veilig voelt. Relaties lijken steeds vaker te bestaan uit halve verschijningen en uitgestelde verklaringen, alsof niemand nog echt weggaat, maar alleen tijdelijk verdwijnt tot het weer uitkomt.

Misschien komt eerlijkheid tegenwoordig alleen nog wanneer het niets meer kan veranderen…

Reacties