De man die nog contant betaalt: ‘Toen begon het zoeken’
Er zijn van die mensen waarvan je denkt: die verdwijnen langzaam uit Nederland. Net als videotheken, telefoonkaarten en serveersters die nog „rokers of niet-rokers?” vragen.
Maar nee hoor. Ze bestaan nog.
Afgelopen week stond ik achter zo’n man bij de supermarkt. Een held op leeftijd. Beige jas. Sleutelhanger van de ANWB. En een portemonnee die openvouwde als een landkaart van Europa.
De jongen achter de kassa, een gast van een jaar of 19 met broccolihaar en een snor die eruitziet alsof hij hem met potlood heeft ingetekend, zei vriendelijk:
„Dat is dan 18,43 euro meneer.”
En toen begon het.
Niet het betalen.
Nee.
Het zoeken.
Eerst het brilletje.
Toen het kleingeldvakje.
Toen de bonuskaart.
Die natuurlijk in een ander vakje zat.
Toen een verfrommeld briefje van 20.
Dat uiteindelijk toch weer terugging, „want ik heb het ook gepast”.
Hoorbaar zuchten
Ondertussen stond de rij tot aan het vriesvak. Een vrouw achter mij zuchtte hoorbaar, alsof ze persoonlijk door deze man van haar jeugd werd beroofd.
Maar die oude baas? Geen stress.
Sterker nog: hij keek de kassière aan en zei:
„Rustig aan meisje, we hebben de hele dag nog.”
En daar gebeurde iets wonderlijks.
Niemand zei nog wat.
Omdat hij gelijk had.
We hebben namelijk helemaal niet de hele dag nog. We doen alleen alsof. We racen van melding naar melding, van afspraak naar afspraak, alsof het leven een soort Formule 1-race is waarbij de winnaar uiteindelijk… tja… ook gewoon doodgaat.
Die man snapte iets wat wij massaal vergeten zijn:
tempo is niet hetzelfde als leven.
Hij maakte zelfs een praatje met die jongen achter de kassa.
Over het weer.
Over voetbal.
Over dat paprika’s vroeger gewoon paprika smaakten.
En die jongen? Die lachte oprecht. Niet zo’n klantenservice-lachje waarbij je voelt dat iemand ondertussen geestelijk al ontslag heeft genomen. Nee, echt lachen.
Toen de man eindelijk klaar was, draaide hij zich om naar de rij en zei:
„Bedankt voor jullie geduld mensen. Jullie zijn toppers.”
Lesje mens-zijn
Niemand was nog geïrriteerd.
Sterker nog: een vrouw hielp hem zelfs zijn boodschappentas rechtzetten.
En ik liep naar buiten met het rare gevoel dat ik zojuist niet in een supermarkt stond, maar in een lesje mens-zijn.
Misschien moeten we allemaal af en toe weer een beetje die man worden.
Iets minder haast.
Iets meer geduld.
En af en toe gewoon betalen met muntgeld.
Al is het alleen maar om weer eens een echt gesprek te krijgen aan de kassa.
Want uiteindelijk herinnert niemand zich hoe snel je door het leven ging.
Wel of je onderweg nog een beetje gezellig was.