Carola wilde eigenlijk nooit opvallen, maar: ‘Goede jas!’

Carola Arends 17 mei 2026, 

Mijn man noemt hem inmiddels „pillerig”. Een collega had het over „een oudje”. En eerlijk is eerlijk: misschien moet ik binnenkort afscheid nemen van mijn jas.

Ik vond hem ooit op Vinted. Een explosie van roze, groen en grijs in een soort zigzagpatroon, afgewerkt met paarse glitters. Bij aankomst wist ik nog niet of ik hem fantastisch of afschuwelijk vond. Hij deed me denken aan een overdreven diva-jas. Zo’n jas waarmee je automatisch een ruimte binnenkomt alsof je applaus verwacht.

Ik trok hem toch aan, vooral omdat ik het zonde vond om hem ongebruikt in de kast te laten hangen. Misschien moest ik er gewoon aan wennen. En dat gebeurde. Mensen begonnen opmerkingen te maken. Niet negatief, maar vrolijk. „Wat een geweldige jas.” „Echt een statement kledingstuk.” „Staat je goed!”

Door nare gebeurtenissen in mijn jeugd had ik mezelf aangeleerd vooral niet op te vallen. Snel lopen, schouders iets naar voren, weinig ruimte innemen. Vooral niet gezien worden. Maar deze jas werkte daar dwars doorheen. Je kunt moeilijk verdwijnen in een jas met paarse glitters.

Favoriete compliment

En ik merkte ook: als ik hem aantrok, werd ik zelf vrolijker. Zelfverzekerder. Ik ging rechter lopen en mensen konden niet meer om me heen, op een goede manier.

Mijn favoriete compliment kreeg ik in Nijmegen. Ik stond op een parkeerterrein toen een jongen op een galerij, vier hoog boven mij, ineens stil bleef staan. Jong, koel, koptelefoon op, perfecte krullen. Hij keek naar beneden en riep alleen: „Goede jas!” Daarna liep hij weer verder alsof hij dagelijks onbekende vrouwen vanaf galerijen modegoedkeuring gaf.

Ik denk nog vaak aan dat moment.

Nu lijkt het erop dat de jas langzaam op raakt. De stof wordt dunner, de glitters minder opvallend. Misschien moet ik binnenkort een andere zoeken.

Maar ik hoop stiekem dat ik die houding inmiddels gewoon heb gehouden. Ook zonder jas.

Reacties