Geschiedenisboek
Ik kwam thuis uit school, at een paar boterhammen, klikte mijn schooltas open en pakte het geschiedenisboek eruit. Morgen een proefwerk. Een boek dat zelf al een geschiedenis had, getuige de vlekken en beschadigingen.
Voor wat een ander had gedaan, moest ik aan het eind van het jaren een boete betalen, vreesde ik.
Om de grauwe stilte van de geschiedenis te doorbreken zette ik mijn transistorradio aan – Nordmende, een Duits bedrijf. De uitgetrokken antenne richtte ik voor de beste ontvangst: ‘192, goed idee, luister mee naar Veronica!’ Lang zou dat niet meer duren, want toenmalig minister Van Doorn hield niet van uitzenden op zee door zogenaamde piraten, toen windmolens op zee nog niet bestonden, piraten niets verstoorden, slechts goede muziek uitzonden. Maar commercieel was vies op zee.
In de nieuwsuitzendingen berichten over de oorlog in Vietnam, waar hopeloos geworden jonge Amerikanen sneuvelden. Vol ambitie en met typisch Amerikaans chauvinisme waren ze naar Vietnam getransporteerd, om die communisten een lesje te leren: ze kwamen terug met de ‘Stars and Stripes‘ over hen heen gedrapeerd, of fysiek en mentaal beschadigd om als Vietnamveteraan vergeten te worden. De prijs die betaalden zij en een discutabele prijs voor de beste foto van een ontredderd Vietnamees meisje met napalm op haar naakte lichaam, werd aan een fotograaf uitgereikt.
‘Remember Charlie, remember Baker
They left their childhood on every acre
And who was wrong? And who was right?
It didn’t matter in the thick of the fight’ – Goodnight Saigon (Billy Joel).
Eind jaren zestig sliepen ze op de Dam, hippies met lange haren. ‘Make love not war.’ ‘If you’re going to San Francisco, be sure to wear some flowers in your hair.‘ Johnson was een moordenaar.
Mariniers veegden de Dam schoon. „Weg met die viezeriken”, zei tante Tiny op een Tupperwareparty.
Niemand was dol op bh-loze Mina en kruisraketten waren niet welkom. Nooit meer oorlog, die was koud. Jaren na ‘From Russia with love‘ is Sean Connery nog één keer James Bond: ‘Never say never again‘.
Het proefwerk ging niet over Vietnam, dat was nog geen geschiedenis. Vreemd genoeg ook niet over de Tweede Wereldoorlog, die weer te veel geschiedenis was geworden, zo leek het althans, totdat er in 1974 een voetbalwedstrijd in West-Duitsland werd gespeeld, want voetbal is oorlog volgens Rinus Michels.
Op de laatste dag van het schooljaar leverde ik mijn boeken in. De dienstdoende Duitse leraar Duits bekeek het geschiedenisboek aandachtig. Het kaft zat veel losser om de bladzijden heen dan aan het begin van het schooljaar en had moeite de geschiedenis bij elkaar te houden. Zo snel gaat alles. In een jaar. De leraar Duits sloot het boek en zei, weliswaar met een irritant Duits accent: „Het is jouw schuld niet jongeman, zelfs een geschiedenisboek is eindig.”
De Nordmende radio heb ik onlangs opgeborgen in mijn noodpakket, met batterijen en blikken gezonde Schijf-van-Vijf-peulvruchten en water – goed op de houdbaarheidsdatum letten.