Tussen hulp en vernedering

Abdelkhalek Laouane 4 apr 2026, 

Ik verbleef in de winteropvang, een plek waar voortdurend nieuwe mensen binnenkomen en anderen weer vertrekken. Op een dag kwam er een netjes geklede jonge vrouw binnen. Toevallig ging ze naast mij zitten en we raakten aan de praat. Tijdens dat korte gesprek merkte ik dat zij transgender is. Ik was ook verbaasd toen ik hoorde dat ze uit Marokko komt. Haar naam is Samira.

Ik liet haar meteen weten dat ik niet hetzelfde denk als veel Marokkanen en moslims over dit onderwerp. Ik gaf haar mijn eerlijke mening, waardoor zij zich snel op haar gemak voelde. Ze werd opener en vertelde mij haar verhaal. Vanaf dat moment zagen we elkaar elke dag in de opvang en praatten we over van alles.

Later ontdekte ik tot mijn verbazing dat zij niet wist dat het om een winteropvang ging die op 1 april zou sluiten. Ze was nieuw in Amsterdam en had nog geen Nederlands paspoort. Ik vertelde haar dat ze zelf actief moest blijven zoeken naar hulp, omdat mensen hier plotseling kunnen worden weggestuurd. Ze bleek nauwelijks informatie te hebben gekregen. Ik legde haar uit dat het in Nederland vaak voorkomt dat mensen wel naar je verhaal luisteren, maar weinig uitleg geven over wat je werkelijk kunt verwachten. Soms lijkt het zelfs alsof sommigen meer aandacht hebben wanneer je verhaal pijnlijker is. We moesten er soms om lachen, hoe triest die werkelijkheid eigenlijk is.

Zwaar

Een paar dagen later werd ze inderdaad weggestuurd, zonder duidelijke informatie over waar ze heen kon. Ze kreeg het zwaar, maar overdag ontmoette ik haar nog regelmatig. Ondanks alles deed ze haar best om er verzorgd uit te blijven zien. Omdat het buiten koud was, stelde ik voor om samen naar een buurthuis te gaan, waar maatschappelijk werk aanwezig was. Misschien kon ze daar informatie krijgen en even binnen zitten.

In het buurthuis sprak een vriendelijke vrouw ons meteen aan. Ze zag dat Samira hulp nodig had. Tijdens het gesprek zei de vrouw dat Samira er te netjes uitzag om in aanmerking te komen voor een slaapplek. Ze adviseerde haar er onverzorgder uit te zien om daarvoor in aanmerking te komen en gaf haar vervolgens een adres waar ze gratis kon eten.

Vernedering

Samira keek mij verbaasd aan en vroeg: „Moet ik er dus vies uitzien om een slaapplek te krijgen? Moet ik eerst zo worden om te mogen eten?” Haar reactie raakte mij diep. Op dat moment besefte ik dat zij gelijk had. Het voelde alsof ze mij wakker maakte. Ik merkte dat ik zelf al was begonnen vernedering als iets normaals te accepteren.

Soms lijkt het Nederlandse systeem zo hard te worden dat iedereen alleen nog aan zijn eigen belang denkt, zelfs als dat ten koste gaat van anderen. Het geweten lijkt langzaam te verdwijnen.

Reacties