Liefde in tijden van een duim

Hilde Lucker 9 apr 2026

Ik word brak wakker en weet meteen: dat laatste glas prosecco was een slecht idee. Mijn mond voelt als schuurpapier, mijn hoofd als een slecht WiFi-signaal. Met moeite pak ik mijn telefoon.

Tijd voor mijn vaste ochtendritueel: Breeze, Bumble, Hinge en Tinder. Liefde zoeken voelt inmiddels als een fulltime baan, zonder pensioen.

Mijn duim gaat los alsof ik in de finale van de Formule 1 zit. Links. Links. Links. Afknappers vliegen voorbij. Geen bio, of erger: een bio met ‘me neefje’. Groepsfoto’s met twintig man; als ik wil puzzelen, koop ik wel een puzzel. De vis. Ja hoor, hij leeft nog steeds. Vijf foto’s in een wielrenbroek. Nee. Mannen in korte, strakke spijkerbroeken, altijd in groepsverband. In de zomer herken je ze meteen: lallend aan de bar, hoge sokken, witte sneakers die ooit wit waren. De look van ‘net klaar met voetbaltraining’.

Na tien minuten swipen ben ik leeg. Niet verliefd. Leeg. En ineens twijfel ik aan mezelf. Ligt het aan hen… of swipe ik mezelf langzaam richting een identiteitscrisis?

Liefde vóór WiFi

Vóór datingapps was afwijzing toeval. Je kwam iemand tegen in de kroeg, had te veel gedronken en waagde een poging. Nu word je beoordeeld in seconden: op foto’s, op timing, op hoe goed je gezicht het doet in een vierkantje. Romantiek, maar dan met WiFi.

Swipen is geen spelletje, het is een beoordelingsrapport. Geen match? Afgekeurd. Wel een match maar geen reactie? Afgekeurd met stilte. Drie leuke gesprekken die eindigen met ‘drukke week, hoor!’? Afgekeurd met uitroepteken. En voor je het weet zit je in een innerlijke brainstorm die niemand heeft aangevraagd. Moet ik een andere foto? Minder glimlach? Meer glimlach? Ben ik te direct? Te moeilijk? Of gewoon niet goed genoeg voor het algoritme?

Optimaliseren als product

We zijn onszelf gaan optimaliseren alsof we producten zijn: betere foto’s, slimmere bio, net iets nonchalanter. Maakt swipen ons onzeker? Of maakt het pijnlijk zichtbaar hoe graag we gekozen willen worden? We zeggen dat we sterk in onze schoenen staan, maar openen toch meteen de app bij een melding: je hebt een nieuwe match. Ik wil geen marketingstrategie. Geen A/B-test van mijn persoonlijkheid. Ik wil gewoon een leuke man.

En toch blijf ik swipen omdat ik hoop dat het werkt. Dat moet ook wel, zeggen de cijfers: meer dan de helft van de koppels vindt elkaar online. Statistisch gezien komt het goed. Emotioneel gezien voelt het alsof ik auditie doe voor mijn eigen liefdesleven.

En zo lag ik daar, telefoon nog steeds boven mijn hoofd en dacht: misschien is swipen geen zoektocht naar de ander, maar een confrontatie met onszelf. Met hoe graag we gezien willen worden. En hoe moeilijk het is om niet te twijfelen in een wereld waar liefde begint met een duim.

En toen vroeg ik me af: zoeken we met swipen eigenlijk een partner, of gewoon iemand die ons even het gevoel geeft dat we genoeg zijn?

Reacties