D66: democratie redden, maar stap voor stap afbreken
D66 noemt zichzelf de ‘partij van de democratie’. Maar kijk naar wat ze de afgelopen jaren hebben gedaan, niet naar wat ze zeggen en je ziet een partij die eerder een gevaar vormt voor onze democratische instellingen dan een redding.
Onder mooie woorden over ‘bescherming’, ‘veiligheid’ en ‘versterking’ wordt structureel één ding gedaan: de invloed van gewone Nederlanders terugdringen.
Aan de basis staat (de moeite met) de vrijheid van meningsuiting. Veel partijen, maar D66 in het bijzonder, schuiven steeds meer op richting toezicht, regulering en ‘correctie’. Ze vertrouwen de burger niet met informatie, meningen of debat. Te rommelig. Te onvoorspelbaar. En dus wil D66 de speelruimte kleiner maken, zogenaamd om ons te beschermen, feitelijk om het debat te controleren (of: voor zichzelf de gewenste uitkomst van het ‘debat’ te verzekeren).
Afschaffen referendum
Dat kwam glashelder tot uitdrukking in wat tot nu toe de grootste klap voor de democratie was: het afschaffen van het referendum. Toen de uitslag van het Oekraïne-referendum (in 2016) de partij niet beviel, ging niet het bestuur op de schop, maar werd het zwaar bevochten instrument, ooit hét kroonjuweel van D66, zélf het raam uit gegooid. Ondanks de propaganda had de burger het verkeerde gezegd – dus mocht hij voortaan niks meer zeggen. Democratie à la D66: inspraak is alleen wenselijk als de uitkomst de partijlijn legitimeert.
Nu, bijna tien jaar ná het Oekraïne-referendum, lijkt de volgende stap zich aan te dienen met hun drang om politieke partijen te kunnen verbieden. D66 verkoopt dat als verdediging van de rechtsstaat, maar het is simpel: wie kan bepalen welke partijen ‘gevaarlijk’ zijn, krijgt de macht om politieke concurrenten uit te schakelen. In elke andere context zouden we dat autoritair noemen, D66 verkoopt het als ‘vooruitgang’!
Mond houden
Het patroon is glashelder:
Minder inspraak, minder democratische tegenmacht, meer macht bij bestuurders, politiek betrouwbare experts en ongekozen commissies. De burger mag eens in de vier jaar stemmen – en daarna vooral zijn mond houden.
D66 is daarmee geen hoeder van de democratie, maar een partij die haar wil reduceren tot een strak gecontroleerd technocratisch ritueel. Alles moet netjes, beheerst en bestuurbaar blijven. Alles wat schuurt of botst, moet worden ingekaderd, gereguleerd of afgevoerd. Politieke diversiteit? Lastig. Directe invloed? Onhandig. Kritiek? Onwenselijk.
Een levendige democratie vergt vertrouwen in de kiezer – niet in bewindspersonen die gestuurd worden door schimmige ngo’s of zich het te voeren beleid laten influisteren door deskundigen met een missie. Maar precies dat vertrouwen ontbreekt bij D66. Ze zeggen het nooit hardop, maar hun handelen schreeuwt het uit: de vrij denkende burger is het risico dat moet worden gemanaged.
En juist dát maakt D66 een gevaar. Niet omdat ze openlijk anti-democratisch zijn, maar omdat ze onder het mom van bescherming de democratie steeds verder steriliseren, inkaderen en daarmee uithollen.
De vraag is daarom niet langer of D66 de democratie wil versterken.
De vraag is: hoeveel D66 verdraagt een gezonde, pluriforme democratie?