Weekendsaus
„Nee, je gaat niet weg, toch? Dat kan niet!” Zo klonk het door de wandelgangen in de woonvoorziening. Na negen fijne jaren koos ik ervoor een einde te breien aan mijn rol als woonbegeleider van mensen met een verstandelijke beperking.
Afscheid nemen is moeilijk; als je werkzaam bent in de zorg, is dit misschien nog wel een tikkeltje ingewikkelder. Je raakt immers gehecht aan elkaar en koestert de vertrouwensband, die dieper gaat dan in eerste instantie doet vermoeden.
Als je woonachtig bent in een zorgvoorziening, is het constante komen en gaan van werknemers jouw realiteit; hechting maakt kwetsbaar. Het kost dus logischerwijs bij het gros van de cliënten tijd en aandacht om dichterbij te mogen komen. De woonvoorziening waar ik werkzaam was, kent vier groepen, gekarakteriseerd door cliënten met uiteenlopende achtergronden. Op groep A (autismespectrumstoornis) reageerde men nuchter: „Oh, je gaat weg, aha.”
Leven gaat door
Tijdens de laatste keer samen eten werd mij voornamelijk verzocht „de spinazie en aardappelen voortaan gescheiden te houden”. Ik vond het mooi; het leven gaat immers gewoon door. Op groepen C en D kwam het nieuws wat harder binnen; daar wonen mensen met een licht verstandelijke beperking. Hier werden voornamelijk vragen gesteld: „Waarom stop je dan? Heb je al een nieuwe baan gevonden?” Enkele reacties waren emotioneler van aard: „Klootzak, ik hoef je niet meer te zien!”, wat eigenlijk betekent: „Lieverd, waarom ga je nou weg?”
Groep B bestaat voornamelijk uit cliënten met een lager intelligentieniveau; hier rolden de tranen rijkelijk over de wangen, kreten van verdriet galmden door de gang. Ik wist even niet meer wat ik moest doen; men was ontroostbaar. Althans, ontroostbaar? Bij de mededeling dat ze mayonaise bij hun avondeten mochten, sprongen ze synchroon een gat in de lucht; „Echt, waar? Mogen we echt weekendsaus?! Jippie, jippie, jippie!”