Wanneer integratie voelt als toneelspelen

Abdelkhalek Laouane 6 mrt 2026

Er bestaat een spreekwoord: “Een hond wordt gevaarlijk als hij honger heeft, maar een mens wordt gevaarlijk als hij verzadigd is.” Succes en status maken mensen niet altijd beter. Soms versterken ze juist de neiging om neer te kijken op anderen.

Ik bezit twee paspoorten. Na een mislukte atletiekcarrière verloor mijn leven in Nederland zijn richting. Terugkeren naar Marokko leek een logische stap, zeker toen ik hoorde over de remigratieregeling voor 45-plussers. Terug naar mijn wortels klonk als herstel — als thuiskomen.

De werkelijkheid bleek echter confronterend. Wanneer ik mij legitimeer met mijn Marokkaanse paspoort, word ik anders behandeld dan wanneer ik mijn Nederlandse paspoort toon. Met dat laatste krijg ik plotseling meer respect, meer beleefdheid en meer aandacht. Alsof mijn waarde niet in mijn persoon ligt, maar in de status die een document vertegenwoordigt.

Die dubbele ervaring heeft mijn blik veranderd. Niet alleen in Nederland heb ik ervaren wat het betekent om beoordeeld te worden op afkomst; ook in Marokko zag ik hoe sterk nationaliteit, status en sociale positie bepalen hoe iemand behandeld wordt. Dat inzicht heeft mijn plannen om te remigreren ernstig aan het wankelen gebracht.

Wat mij vooral raakt, is dat discriminatie en machtsmisbruik geen exclusief westers verschijnsel zijn. Ook binnen Arabische en Noord-Afrikaanse samenlevingen bestaan duidelijke hiërarchieën en een sterke fixatie op prestige en nationaliteit. Wie een westers paspoort heeft, krijgt vaak automatisch meer waardering dan iemand met alleen een lokaal document. Dat is een pijnlijke realiteit waar binnen de gemeenschap weinig openlijk over wordt gesproken.

Ik heb bovendien meegemaakt dat sommige Marokkaanen in machtsposities, bijvoorbeeld in de beveiligingssector, hun functie gebruiken om anderen bewust te kleineren of ongelijk te behandelen. Macht lijkt soms belangrijker dan menselijkheid.

Mijn ervaringen brachten mij terug naar vroeger. Een jongen met een Egyptische vader en een Marokkaanse moeder was ooit mijn buurman. Hij was vriendelijk, groette mij altijd en liep soms met mij mee tot aan mijn deur. Later brak hij door als rapper en werd hij bekend. Toen ik hem jaren later opnieuw tegenkwam, deed hij alsof hij mij niet zag, terwijl hij enthousiast sprak met andere collega’s over zijn optredens en televisieoptredens.

Voor mij werd hij een symbool — niet als individu, maar als voorbeeld van hoe succes soms afstand creëert. Erkenning lijkt dan selectief te worden uitgedeeld: status eerst, gelijkwaardigheid later.

Reacties