Van worstenbroodje naar ‘performance fuel’

Claire Orth 7 mrt 2026

Laatst viel me iets op in de sportschool. Waar vroeger een automaat stond met water en misschien een eiwitreep, staat nu ineens een vendingmachine vol energydrank. Strakke blikjes, sportieve uitstraling, netjes naast de squat racks. Alsof het er gewoon bijhoort.

Even later kreeg ik tijdens mijn training een reclame in mijn oortjes via Spotify. Over hoe een bepaald drankje je nét dat beetje extra geeft. Meer focus, meer energie en meer prestatie.

Het bekende verhaal: een blikje en je krijgt vleugels.

Maar ergens begon het bij mij te wringen. Sinds wanneer hoort energydrank eigenlijk bij een workout?

Misschien komt het doordat ik nog een ander beeld heb. Als puber hoorde energydrank bij een heel ander moment. Een goedkoop blikje en een kaasbroodje van de supermarkt. Niet per se iets waarvan je dacht: dit helpt mijn gezondheid vooruit.

Nu staat het ineens tussen de sportvoeding.

Terwijl de belangrijkste werkzame stof gewoon cafeïne is. Dat kan inderdaad tijdelijk helpen bij alertheid, maar meer is niet automatisch beter. Veel energydranken bevatten zo’n 80 milligram cafeïne per blikje, vaak samen met flink wat suiker.

Onderzoek laat zien dat cafeïne prestaties soms licht kan verbeteren, maar dat hoeft helemaal niet uit energydrank te komen. Een gewone kop koffie bevat vaak al vergelijkbare hoeveelheden cafeïne, zonder de suiker en zonder de marketing eromheen.

Bovendien blijft cafeïne lang in je lichaam zitten. De helft zit na vijf tot zes uur nog in je systeem. Een blikje voor je middagtraining kan dus ’s avonds nog invloed hebben op je slaap. En juist slaap is misschien wel belangrijker voor je herstel dan dat ene “extra beetje energie”.

Begrijp me niet verkeerd. Af en toe een energydrankje drinken is geen ramp.

Maar dat het langzaam voelt alsof het standaard bij een workout hoort, vind ik toch een interessante ontwikkeling.

Van vergezeld met een kaasbroodje naar premium sportdrank.

De inhoud is alleen niet zoveel veranderd.

Reacties