De vergeten oplossing voor de bijstand: een trap onder je kont
Een mislukte Zoom-verbinding kan tegenwoordig al voldoende zijn om een baan af te schrijven.
Ik heb het zien gebeuren. Een jongere had een sollicitatiegesprek via Zoom. De verbinding werkte in eerste instantie niet goed. Conclusie: dit bedrijf zal wel niet professioneel zijn.
Als de techniek al niet werkt, hoe moet het dan met de rest? Gesprek voorbij voordat het begonnen was.
Het moment kwam bij mij terug toen ik onlangs een artikel op NU.nl las. Daarin staat dat steeds meer jongeren in de bijstand zitten. Gemeenten signaleren dat deze jongeren vaak kampen met zware problemen. Schulden, psychische klachten, instabiele thuissituaties, schooluitval. Werk is daardoor voor een deel van deze jongeren niet direct haalbaar.
Het artikel noemt ook oplossingen. Meer begeleiding. Meer aandacht voor mentale problemen. Integrale hulp bij schulden, wonen en zorg. En soms werkplekken waar jongeren rustig arbeidsritme kunnen opbouwen, bijvoorbeeld in beschutte omgevingen of sociale projecten.
Snel afhaken
Voor een deel van de jongeren zal dat terecht zijn. Er zijn jongeren met echte problemen. Jongeren die vastlopen door schulden, psychische klachten of een instabiele thuissituatie. Niemand ontkent dat die groep bestaat.
Maar het artikel laat een andere categorie vrijwel buiten beeld. De jongeren die niet zo kwetsbaar zijn, maar vooral snel afhaken zodra de werkelijkheid zich niet aan hun verwachtingen houdt.
Zoals bij die Zoom-sollicitatie.
Een haperende verbinding en de conclusie is al getrokken: dit wordt niets. Het bedrijf deugt niet. De techniek faalt. De kosmos werkt tegen. Het universum heeft blijkbaar andere plannen.
Dat patroon zie je overigens niet alleen bij jongeren in de bijstand. Ik heb op een werkplek gezeten waar collega’s huilbuien kregen omdat ze drie dagen achter elkaar op kantoor moesten werken. Overprikkeld. Overbelast. Emotioneel uitgeput.
Drie dagen.
Vroeger heette dat gewoon een werkweekbegin.
Zichtbaar instorten
Het opvallende was dat het niet alleen twintigers waren. Er zaten ook veertigers tussen. Mensen die professioneel jongeren moesten begeleiden naar werk. Die vervolgens zelf zichtbaar instortten bij de gedachte aan drie opeenvolgende kantoordagen.
Dan begint de vraag zich op te dringen waar de norm precies ligt.
Werk is namelijk nooit beloofd als een permanente bron van geluk. Werk is een ruil. Je levert een prestatie en daar staat een salaris tegenover. Soms is dat inspirerend werk. Soms is het werk in een magazijn, een fabriek of een kantoor waar de koffieautomaat het enige apparaat is dat altijd wél functioneert.
Maar de afspraak blijft simpel: je doet het werk waarvoor je wordt betaald.
Gewoon werk
In Nederland hebben we daar zelfs een wet voor. In de bijstand geldt de regel van algemeen geaccepteerde arbeid. Dat betekent dat werk soms ook gewoon werk is. Niet per se je passie. Niet per se je roeping. Gewoon werk.
Dat idee lijkt langzaam revolutionair te worden.
Tegenwoordig lijkt elke vorm van ongemak al snel een signaal dat er iets mis is. Een kleine tegenslag wordt een systeemfout. Een paar dagen achter elkaar werken wordt een mentale uitdaging van olympisch formaat.
Daar zit een denkfout.
De oplossingen die in het artikel worden genoemd richten zich vooral op begeleiding, ondersteuning en begrip. Dat kan nodig zijn. Maar wanneer beleid vooral draait om begeleiding en nauwelijks om normstelling, ontstaat het risico dat elke hobbel wordt bevestigd als bewijs dat iemand het niet aankan.
Misschien ontbreekt er daarom één oplossing in het rijtje.
Een goedkope oplossing bovendien. Hij kost niets, vraagt geen beleidsnota en heeft geen subsidie nodig.
Lage tolerantie
Af en toe jezelf een trap onder je kont geven. Niet voor jongeren met zware problemen. Die hebben hulp nodig. Maar voor de grote groep die vooral last heeft van uitstel, twijfel en een lage tolerantie voor tegenslag.
Als iemand in een uitkering zichzelf geen trap onder z’n kont geeft, moet de consulent werk van de gemeente die spreekwoordelijke trap geven. Niet alleen om te begeleiden. Ook om duidelijk te zijn.
Soms betekent dat simpelweg zeggen: je gaat dat gesprek voeren. Je gaat dat werk proberen. En als je zonder goede reden weigert, dan hoort daar een maatregel bij.
De bijstand is tenslotte geen spa-arrangement.
Het is een vangnet. En een vangnet hoort je weer terug de arbeidsmarkt op te laten springen.